Eigenaren vaak onwetend over gezondheidsrisico's minihondjes
Minihondjes blijven populair, waardoor dierenartsen nog vaker minihondjes met klachten zien dan vijf jaar geleden. Dit blijkt uit de peiling van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) in oktober onder 141 dierenartsen. 77 procent concludeert dat de eigenaren die zij spreken bij de aanschaf van een minihondje niet op de hoogte waren van de gezondheidsrisico’s. Dierenartsen en dierenwelzijnsorganisaties roepen toekomstige hondeneigenaren op: koop geen minihondje, kies voor een gezond formaat.
Voorzitter en dierenarts Paul Mandigers van het Cluster Gezelschapsdieren van de KNMvD vat het samen: “Koop je een piepklein hondje, dan mag je ervan uitgaan dat je een abonnement kunt nemen op de dierenarts.”
Diagnose of behandeling uitgesteld
Uit de peiling van de KNMvD blijkt dat dierenartsen beperkingen ervaren in hun professionele zorg voor deze honden. Driekwart merkt dat eigenaren geen of onvoldoende rekening houden met de kosten van diagnose en behandeling. Bijna 6 op de 10 dierenartsen denken dat het uitstellen, beperken van of het helemaal achterwege laten van noodzakelijke diagnostiek of behandeling van minihondjes gebeurt uit financiële overwegingen.
Lijden van minihondjes
Minihondjes tot 3 kilo zijn razend populair. Ze passen in een handtas en gaan mee naar het café of naar het werk. Dat zo’n klein formaat hondje grote gezondheidsproblemen kan krijgen is nog onvoldoende doorgedrongen bij eigenaren. Dierenartsen zien bij minihondjes vaak knieschijven die uit de kom schieten (patella luxatie) en gebitsproblemen. Verder zien ze veel afwijkingen aan de schedel en het ruggenmerg, die ernstige pijn veroorzaken. Ook zijn veel hondjes benauwd door problemen met de luchtpijp.
Volgens Kelly Kessen, dierenarts bij Dier&Recht, begint het leed al bij de geboorte. “Dan is meestal een keizersnede nodig, want de bolle schedel van pups past gewoonweg niet door het kleine geboortekanaal. Daarbij zijn minihondjes enorm fragiel. Ze breken gemakkelijk een pootje of raken ernstig gewond bij het spelen met andere honden, bovenop alle aangeboren gezondheidsproblemen.”
Emotie wint
Het Nationaal Hondenonderzoek van de Koninklijke Hondenbescherming uit 2026 wijst uit dat minihondjes vaak impulsiever worden aangeschaft dan andere honden: bijna 4 op de 10 eigenaren hebben hun minihondje binnen een maand in huis. Het welzijn van het minihondje weegt bij de koper minder zwaar mee dan bij andere honden. Opvallend is dat zij gezonde fok wel net zo belangrijk vinden als andere eigenaren.
Volgens directeur Daphne Groenendijk van de Hondenbescherming laat dit zien hoe belangrijk het is dat mensen zich vóór de aanschaf verdiepen in de gevolgen van hun keuze. “Mensen die een minihondje kopen, zijn echt niet onverschillig voor het lijden. Maar op het moment dat ze kiezen, wint de emotie het toch van gezondheid. Daar zit de pijn.”
Dierenarts Servé Smeets van Caring Vets: “Honden zouden nooit mogen lijden onder hun uiterlijk. Als deze hondjes op de behandeltafel belanden, is het al te laat. Alleen eigenaren kunnen het échte verschil maken. Kijk bij de aankoop niet naar het schattige uiterlijk, maar naar de gezondheid van de hond.”
Koop geen minihondje
Koop geen minihondje! is een initiatief van de dierenartsenorganisaties FECAVA (Europees), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Caring Vets en dierenbeschermingsorganisaties DierenLot, Dier&Recht, Dierenbescherming, de Koninklijke Hondenbescherming en Sophia-Vereeniging en wordt mede onderschreven door 45 dierenorganisaties waaronder Figopet, dierenartsketen Evidensia, Gaia en VIERVOETERS.