Concrete criteria voor het fokken met kortsnuitige honden

19 maart 2019

De laatste jaren is er veel te doen over (ras)honden en hun gezondheid. Die aandacht is terecht. Onze huidige hond is namelijk lang niet zo gezond als hij zou kunnen zijn. En dat veroorzaakt veel hondenleed. De overheid heeft daarom op 1 juli 2014 bij wet verboden om nog langer te fokken met gezelschapsdieren die erfelijke ziekten hebben en/of uiterlijke kenmerken bezitten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de dieren. Dit verbod staat in artikel 3.4 van het Besluit houders van dieren, teneinde te waarborgen dat het fokken van dieren op verantwoorde wijze geschiedt. Het artikel legt een belangrijke inspanningsverplichting op de fokker om zo verantwoord mogelijk te werk te gaan en is van toepassing op iedereen die met gezelschapsdieren fokt, dus zowel degene die dat bedrijfsmatig doet, als degene die dit bijvoorbeeld als hobby doet.

Het artikel bevat een zogeheten ‘open norm’, waardoor het vooralsnog onduidelijk was tot hoever deze inspanningsverplichting van de fokker reikt. Daar moet nu met het rapport ‘Fokken met kortsnuitige honden’ verandering in brengen en dan in het bijzonder voor kortsnuitige honden, zoals bijvoorbeeld de Franse bulldog en de mopshond. In dit rapport staan concrete criteria aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of de desbetreffende hond geschikt of ongeschikt is om ingezet te worden voor de fokkerij. Bij deze criteria wordt onder meer gekeken naar het eventueel aanwezig zijn van een abnormaal ademgeluid, de mate van vernauwing van de neusgaten, de mate van zichtbaarheid van het oogwit en naar het ooglidreflex (of de ogen gesloten kunnen worden). Voorts kan een ‘inspanningstolerantietest’ (looptest) van 6 minuten en/of 1000 meter worden afgenomen om te bezien hoe het met de conditie van de hond is gesteld.

Ofschoon het spannend is om te bezien in hoeverre handhavingsinstanties als de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) uit de voeten kunnen met de gestelde criteria, is de Hondenbescherming blij met deze aanzet om de inspanningsverplichting wettelijk in te vullen. Inspecteurs kunnen het verbod zonder verdere invulling niet of nauwelijks handhaven, hetgeen zeer onwenselijk is vanuit oogpunt van een adequate bescherming van de gezondheid en het welzijn van de hond. 

Klik hier voor meer informatie en voor het rapport.

Terug naar nieuwsoverzicht