Buitenlandse bruikleen hond

2 november 2018

Steeds vaker kiezen mensen voor een herplaatser van een stichting die (buitenlandse) honden ter adoptie aanbiedt. Daardoor wordt de Koninklijke Hondenbescherming steeds vaker geraadpleegd over de adoptieovereenkomsten voor deze honden. In dit artikel informatie over een eigenaardige wettelijke constructie die soms wordt toegepast. Meer lezen? Word lid voor slechts 15 euro per jaar, steun de honden en ontvang het Nieuwsmagazine ‘Hond’, met in de komende editie een uitgebreider artikel over deze materie. En overweegt u een herplaatsingshond? Download dan het gratis http://handboek.hondenbescherming.nl

Eigenaardige wettelijke constructie van bruikleen bij de plaatsing van honden
Wie een hond wil ‘adopteren’ via een stichting, opvang of asiel kan te maken krijgen met een zogeheten ‘bruikleenovereenkomst’. De constructie van bruikleen is echter een vreemde wettelijke constructie bij de plaatsing van dieren. Bruikleen impliceert immers dat het een tijdelijke constructie is en kan dus alleen voor een bepaalde tijd gelden. De hond in bruikleen moet vroeg of laat weer terug naar de eigenaar. Dat is doorgaans echter niet de bedoeling bij de plaatsing van een hond. Verder is bruikleen per definitie ‘om niet’ (gratis), maar door de herplaatsingsorganisatie wordt meestal wel een geldsom gevraagd. Vanwege deze, voor de herplaatsing van een dier eigenaardige, eigenschappen van de bruikleenovereenkomst zijn diverse asielen die voorheen ook bruikleenovereenkomsten hanteerden, overgestapt op herplaatsingsovereenkomsten die het karakter hebben van een koopovereenkomst.

Tussenweg: beperkte bruikleenperiode koppelen aan dierenartsverklaring?
Bruikleenconstructies worden door herplaatsingsorganisaties gebruikt omdat zij zeker willen weten dat de hond goed terecht komt en goed verzorgd wordt. Het is echter niet redelijk als dat ertoe leidt dat de adoptant wel alle kosten, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid draagt maar nooit eigenaar wordt van de hond.

Een mogelijke constructie om deze wens tot controle van de organisatie en de rechten van de adoptant meer in evenwicht te brengen, en die bovendien meer in de aard van de bruikleenovereenkomst ligt, zou zijn om een de bruikleenconstructie slechts voor beperkte tijd toe te passen.

De hond wordt dan bijvoorbeeld voor het eerste jaar in bruikleen gegeven aan de adoptant. Een jaar na het sluiten van de bruikleenovereenkomst moet de adoptant dan een dierenartsverklaring overleggen. Als uit de dierenartsverklaring blijkt dat de hond in een goede conditie verkeert dan wordt de hond in eigendom overgedragen aan de adoptant. Indien uit de dierenartsverklaring blijkt dat het dier niet goed wordt verzorgd dan moet de hond naar de stichting/organisatie. De bruikleen zou dus worden gekoppeld aan een verklaring van een dierenarts, die zo optreedt als objectieve en deskundige beoordelaar. Helemaal sluitend is zo’n constructie ook niet, want een dierenartsverklaring is maar een momentopname.

Voorkomen is beter dan genezen
In het kader van voorkomen is beter dan genezen, is het als adoptant van een herplaatsingshond zaak om akkoord te gaan met een deugdelijk plaatsingscontract waarin de wederzijdse rechten en plichten goed zijn verdeeld en onomstreden vaststaat dat de adoptant eigenaar van het dier is.

Terug naar nieuwsoverzicht