Kennis en kunde tot je nemen is een kunst

12 februari 2018

‘Je moet wel lézen!’, de twaalfjarige wijst op de spelhandleiding die voor me ligt. Hij legt een scherpe nadruk op het laatste woord. Hij heeft natuurlijk groot gelijk.

Terwijl hij zucht, zoek ik driftig tussen de afbeeldingen in de handleiding naar het karakter waarvan ik net de spelkaart heb gespeeld. ‘Och ja, sorry, met deze kaart mag dat helemaal niet’, verontschuldig ik me. Ik had de blik natuurlijk weer eens op het gedrag van de wezens om me heen, in plaats van een focus op het kaartspel. De wezens zijn prachtige puberkinderen die als geen ander in staat zijn te spiegelen en reflecteren op míjn gedrag. Ik geniet van hun scherpte op details van het spel op hun wens te winnen van mij.

Iedereen heeft zijn eigen blik op de wereld en zijn eigen kracht en kwetsbaarheid. Hoe we zijn, bepaalt echter niet alleen wat we kunnen. Het bepaalt ook onze focus. Focus bepaalt vervolgens onze waarneming en onze waarneming weer ons kunnen, onze prestaties. Tijdens het kaartspel word ik genadeloos binnen enkele seconden verpletterd. Te weinig focus, te weinig waarneming, te weinig prestatie op dat vlak. Maar vraag mij vervolgens die er wel/niet lekker in zijn vel zit, en ik vertel het je op basis van míjn focus en waarneming tijdens het spel.

Kokervisie hoeft geen probleem te zijn. Sterker nog, soms is ze nodig om tot optimale prestaties te komen. Neem de Olympische spelen. Een belangrijke factor die winstkansen bepaald, is het vermogen van de topsporter om op het juiste moment de juiste focus te hebben.

Kokervisie is pas een probleem als we niet in de gaten hebben dat we beperkt zijn in onze waarneming. Dat blijkt ook afgelopen week weer in het politieke debat over hoog-risico honden.

Luisterend naar de verschillende visies die gegeven worden vanuit de Tweede Kamer en het Ministerie, kan ik niet anders dan denken: ‘Waarom is er niemand die álle kennis in huis heeft? Die alle puzzelstukjes op de juiste wijze naast kan leggen?’ De puzzel leggen, op zo’n manier dat er een vergezicht ontstaat. Het vergezicht van een betere toekomst. In plaats van het allegaartje aan losse puzzelstukjes die maar niet tot een geheel worden. Een allegaartje dat pijn doet aan je ogen, je oren en aan het hart.

Sparrend over die vraag, wordt het gedurende de week duidelijk. De puzzelstukjes willen niet op hun plek vallen ten behoeve van het vergezicht, door een gebrek aan kennis en kunde. Een gebrek dat pas echt tot gebrek wordt, als we niet beseffen dat we niet (alles)wetend zijn, niet (alles)kunnend zijn en niet alles waarnemen. Niet beseffen dat we de wijsheid niet in pacht hebben en dat de mens bescheidenheid past. Een besef ook, dat problematiek nooit simpel is. Nooit simpel is op te lossen.

Als we daar nu eens zouden starten, dan kunnen we met z’n allen de puzzelstukjes zó gaan leggen dat het vergezicht ontstaat. Of, om bij de woorden van de twaalfjarige te blijven: ‘Je moet wel lézen!’. Kennis en kunde tot je nemen, met een open blik, het is een kunst die we in onze huidige samenleving te veel zijn kwijtgeraakt.

Terug naar nieuwsoverzicht