Veilig

26 september 2017

Niemand ís veilig. Noodlot kan altijd toeslaan. Een ongeluk, ziekte, een misdrijf. Er is zo veel wat ons leven in één seconde op zijn kop zet. Toch kunnen we ons veilig vóelen. En de meesten van ons doen dat gelukkig ook. Je hoeft niet veilig te zíjn om je veilig te voelen. En juist je veilig voelen, is wat elk wezen nodig heeft, wil het echt kunnen leven, niet enkel kunnen bestaan.

Ooit woonde ik naast een buurman die bang was voor vrouwen. Dat klinkt grappig, maar was het niet. Zijn angst maakte dat hij in ‘overdrive’ ging. Hij was constant waakzaam of ik zou verschijnen. Als ik zou verschijnen: wat ik dan zou doen? Zou ik hem aanspreken, aankijken, naar hem toe komen? Hij schrok van geluiden uit onze woning, bewegingen achter het raam. Enkel door zijn angsten te respecteren en stap voor stap vertrouwen te laten groeien, leerde hij dat ik anders was en niet binnen zijn beangstigende werkelijkheid paste. Hij hoefde niet langer zijn woning in te vluchten als hij vermoedde dat ik in de buurt was. Hoe waardevol dat was, merkten we toen hij ouder werd en moeite had de zorg te dragen voor hemzelf, zijn veestapel en zijn woning. En zeker ook op de dag dat hij van de duiventil viel en ik als enige in de buurt was. Het vertrouwen dat met veel inzet, vooral van zijn kant, was gebouwd, was die dag cruciaal. Toch was het vooral van onschatbare waarde in zijn dagelijks leven, vóór die ongelukkige dag dat hij bij zijn val echt onveilig was, maar zich gek genoeg wel veilig voelde. Het bood hem de kans zich vrij te bewegen in zijn eigen thuisomgeving. Zich veilig te voelen. Bezig te zijn met leven.

Mijn buurman was niet alleen een bijzondere man, die ik zeer waardeerde (en hij uiteindelijk ook mij). Hij was ook een zeldzaamheid in Nederland. Angst voor vrouwen komt niet vaak voor onder mensen. Wel onder honden. Onder honden die we steeds vaker zien in Nederland. Die vaak dan niet alleen bang zijn voor vrouwen, maar ook (en vaak meer nog) voor mannen en kinderen. En voor auto’s, fietsen, kliko’s, zelfs voor pannen op het fornuis. Het zijn de honden die op latere leeftijd uit hun veilige thuis worden gehaald met als doel ze een beter leven te geven. En het is een van deze honden die ik ineengedoken achter een bank tref. Zijn grote ogen en ingevallen koppie vol spierspanning, staan in schril contrast met de kleine, gezellige woning, in een druk wijkje. De hond zit en lijdt achter de bank, sinds hij bij het gezin is. En dat is nu ruim vier weken geleden.

Het leven had zo anders voor hem moeten worden toen hij werd opgehaald uit een ruraal gebied in een van de meest afgelegen delen van Europa. De enige wereld die hij ooit kende was die van de velden daar. Velden waar hij met hondse kameraden dagen rondstruinde, op zoek naar een maaltje. En hoe karig en onveilig zijn bestaan ook was. Het was wat hij kende, waar hij zich veilig bij vóelde. Die veiligheid kan hij niet vinden bij de wezens die hun tanden naar hem ontbloten in een glimlach die hij niet herkent, wiens aanrakingen hem bibbers geven op zijn koude verstijfde lijf, omdat hij hun liefkozing ziet als aanval. Die veiligheid kan hij niet vinden op de gladde vloeren, in de geuren en de niet aflatende stroom van angstaanjagende geluiden die hij niet herkent.

Zijn leven is tot overleven geworden. Je kunt je zelfs afvragen of er op dit moment wel sprake is van bestaan. Ik vraag het gezin naar zijn naam. ‘We hebben hem Gerrit genoemd, maar hij luistert er nog niet naar’, is het antwoord. Een antwoord waarin de teleurstelling doorklinkt over wat een gezellig gezamenlijk avontuur had moeten worden. Ik slik en bedenk dat het vast geen toeval is dat ik ooit een buurman had die Gerrit heette. Ik ga zitten… op een stoel zo ver mogelijk bij deze Gerrit vandaan. En ik begin aan een verhaal. Het verhaal van buurman Gerrit die misschien wel veilig was, maar zich niet veilig voelde…

Terug naar nieuwsoverzicht