Hij doet nog niets hoor!

21 augustus 2017

‘Ik hoor het mezelf nog zo zeggen: hij doet niets hoor! En ik zei het vaak. Nu besef ik dat ik toen had moeten zeggen: hij doet nóg niets hoor…’ De vriendelijke ogen, maar ook de glimlach van de man verraden verdriet. Verdriet en spijt. Spijt over hoe het is gelopen. Wist hij toen maar wat hij nu wist. Dat zijn hond niet “alleen maar wilde spelen”. Maar aan het leren was om op andere honden te jagen… én daaruit veel plezier te halen.

Het was allemaal begonnen met het kleine kruisinkje. Die was nooit erg hond-sociaal geweest. Toen ze nog alleen was, was dat niet zo’n probleem. Pas toen de pup erbij kwam - een grote hond ditmaal - begon het. De man werpt een verdrietige blik  op de prachtige hond die in huis rustig aan zijn voeten ligt, inmiddels al weer twee jaar oud.

Sinds de wandelingen met twee honden samen waren, was de kleine kruising steeds feller op andere honden af gegaan. ‘Om te spelen, dacht ik toen nog’, verzucht de man. ‘Nu weet ik dat ook dat geen spelen was, maar verdrijven. Met Max in haar kielzog durfde ze wel, dat kleine ding. En Max vond het prachtig. Ik vergoelijkte het gedrag van hen beide, ook richting mezelf: Het is nog maar een pup. Ze willen alleen maar spelen.’ Hij zucht diep: ‘Wat heb ik die woorden vaak uitgesproken. In het begin wilde hij misschien ook alleen maar spelen, maar sociaal spel was het niet. Nu weet ik dat, toen helaas niet.’ Tijdens de puberteit was het ‘spelen’ steeds meer najagen geworden. De kleine kruising had de aanzet gegeven voor het gedrag van Max, samen waren ze sterk en zij was een voorbeeld voor hem, alleen niet het goede.

‘Ik had die twee veel eerder uit elkaar moeten halen: apart wandelen. Of één van de twee aan de lijn. Of allebei bij me moeten houden. Het was zo makkelijk geweest. Als ik het maar had gezien.’, hij richt zijn blik op Max. ‘Zelfs toen er grauwen bij kwam, had ik niet door wat er gebeurde. Ik bleef het als spel zien. Grauwen werd snauwen. Er volgden tandjes en zelfs links en rechts een haal. Hoe ik ooit zulke oogkleppen op kon hebben?!’, meer aan zichzelf dan zijn gesprekspartner stelt de man de vraag.

Na het overlijden van het kleine kruisinkje, met Max aan het einde van zijn puberteit nam het jachtgedrag helaas niet af. Ook alleen op pad gaand, was het al zo sterk verankerd dat Max het jagen niet meer kon laten. Honderd meter, twee honderd meter, Max vloog achter elke hond aan vanaf bijna elke afstand. Zijn baas vervolgt zijn verhaal: ‘We hadden hem onbewust goed getraind, die kleine keffer en ik. Dat het geen spel was, besefte ik pas toen hij echt schade toebracht aan een andere hond. Vette ruzie in het bos, hoge dierenartsrekeningen, ellende. Gelukkig was de andere hondeneigenaar vergevingsgezind. Hij wees me bovendien op de noodzaak een gedragsdeskundige in te schakelen. Die heeft me handvatten gegeven en ik voorkom het najagen nu, maar dat is een hele toer. Had ik die deskundige maar véél eerder ingeschakeld! Of als ik alleen maar had geweten dat “hij doet niets hoor”, eigenlijk was “hij doet nóg niets hoor”, wat was het leven voor Max en mij dan nu een stuk beter en makkelijker geweest’.

Terug naar nieuwsoverzicht