Dierenhoudverbod

6 juli 2017

Minister van Veiligheid en Justitie wil het opleggen van een dierenhoudverbod als zelfstandige maatregel wettelijk mogelijk maken!

Na herhaaldelijk aandringen van de Koninklijke Hondenbescherming richting de overheid op het invoeren van een dierenhoudverbod als zelfstandige maatregel, heeft de huidige minister van Veiligheid en Justitie in een brief aan de Tweede Kamer toegezegd dit te gaan doen. De Koninklijke Hondenbescherming is ontzettend blij met deze toezegging, omdat hiermee de dieren beter worden beschermd.

Naast deze toezegging ontvouwt de minister in zijn brief nog meer plannen om de wettelijke mogelijkheden voor het Openbaar Ministerie (OM) en de rechter in dierenwelzijnszaken te versterken. De plannen zijn onder meer het gevolg van het rapport ‘Dieren Verboden’ waarin een aantal knelpunten ten aanzien van het dierenhoudverbod is gesignaleerd.

Nadeel houdverbod als bijzondere voorwaarde

Eén van de knelpunten is het feit dat het dierenhoudverbod alleen kan worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke veroordeling voor een periode van maximaal 10 jaar. Het probleem echter bij het houdverbod als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf is dat de voorwaarde komt te vervallen bij de tenuitvoerlegging van de hoofdstraf.
Een voorbeeld ter illustratie van dit nadeel: een dierenbeul krijgt twee jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Hij zit één jaar uit en komt dan voorwaardelijk vrij. Gedurende de proeftijd van drie jaar mag hij geen dieren houden (bijzondere voorwaarde). Hij gaat toch weer dieren houden, waardoor alsnog het tweede jaar van de gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd. Hij gaat de gevangenis in en ondergaat de hoofdstraf met als gevolg dat de bijkomende voorwaarde van destijds komt te vervallen. Hij komt de gevangenis uit en er is geen houdverbod meer.
De minister is zich bewust van het feit dat dit vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een zeer onwenselijke en zorgwekkende situatie is. Vandaar ook de toezegging van de minister om het opleggen van een houdverbod als zelfstandige maatregel voor een periode van maximaal vijf jaar wettelijk mogelijk te gaan maken. Het voornaamste voordeel van het houdverbod als zelfstandige maatregel ten opzichte van een bijzondere voorwaarde is dat het houdverbod niet verdwijnt als zich bepaalde omstandigheden voordoen waarvan het afhankelijk is gesteld. 

Gedragsaanwijzing

Zoals gezegd kondigt de minister nog meer maatregelen aan waaronder een gedragsaanwijzing. Met een gedragsaanwijzing is de Officier van Justitie (OvJ) in staat om aan de verdachte een gedragsaanwijzing te geven waardoor hij/zij tot aan de rechtszitting geen dieren mag houden. De gedragsaanwijzing geldt voor 90 dagen en kan maximaal drie keer worden verlengd. Nu is het voor een verdachte van dierenmishandeling/-verwaarlozing gewoon mogelijk om in afwachting van de einduitspraak van de rechter dieren aan te schaffen. Met een gedragsaanwijzing kan dit dus worden voorkomen.

Locatieverbod

Het opleggen van een dierenhoudverbod probeert te voorkomen dat veroordeelde dierenmishandelaars weer dieren gaan houden met alle nare gevolgen van dien. Het kan echter ook zo zijn dat niet de eigen dieren gevaar lopen, maar ook dieren op kinderboerderijen en stallen e.d. In die gevallen wordt het mogelijk om een locatieverbod op te leggen. Zo’n verbod moet een exacte beschrijving geven van het gebied waarbinnen de betrokkene zich niet mag bevinden en op welke dieren het verbod betrekking heeft. 

Aanpassing artikel 425 Wetboek van Strafrecht

Artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht stelt een persoon strafbaar als hij/zij een dier op een mens aanhitst of een onder zijn hoede staand dier, wanneer het een mens aanvalt, niet terughoudt. De minister van Veiligheid en Justitie wil dit artikel verbreden met het aanhitsen van een dier tegen een ander dier en het onvoldoende terughouden van een dier dat aanvalt, zodat ook het ophitsen van een hond jegens dieren strafbaar wordt. Voorts wil de minister gezien de aard en de ernst van de schade die kan optreden bij bijtincidenten artikel 425 gaan aanmerken als misdrijf in plaats van als een overtreding. Zodoende wordt inbeslagneming tevens mogelijk bij ‘niet-heterdaad’ zaken. Met de uitbreiding van de strafbaarstelling en de kwalificatie als misdrijf wordt het strafmaximum één jaar. 

Educatieve maatregel

Naast het versterken van het strafrechtelijke instrumentarium, wordt ook het bestuursrechtelijke instrumentarium niet uit het oog verloren. Op grond van het bestuursrecht kan immers zeer effectief worden opgetreden tegen mishandeling en verwaarlozing van dieren. Met name in die gevallen waar de mishandeling en/of –verwaarlozing voortkomt uit onkunde of onwetendheid. De houders moeten dan op grond van bestuursdwang de huisvesting van het dier aanpassen of een dierenarts inschakelen. Gezien het belang van het bestuursrecht op dit terrein introduceert de overheid de bestuurlijke educatieve maatregel, die kan worden ingezet in mishandelings- of verwaarlozingszaken die zijn ontstaan uit onkunde of onwetendheid van de houder. De educatieve maatregel kan dan bijvoorbeeld inhouden dat de houder een cursus moet volgen over het verzorgen van dieren. Zodoende kan zowel voor het dier als de houder een structurele oplossing worden gevonden. 

Ten slotte

De Koninklijke Hondenbescherming is blij dat de minister van Veiligheid en Justitie de wettelijke mogelijkheden gaat uitbreiden en versterken om dierenmishandeling en dierverwaarlozing effectief aan te kunnen pakken. En we zijn in het bijzonder verheugd met de toezegging van de minister om het dierenhoudverbod als zelfstandige maatregel in te gaan voeren.

Terug naar nieuwsoverzicht