Waarom worden hondenrassen met genetische afwijkingen ineens populair? - Hal Herzog

1 maart 2017

Nieuw onderzoek gaat in op de aantrekkingskracht van rassen met gezondheidsproblemen.

Artikel vertaald met toestemming van de auteur. Hal Herzog heeft ook een in het Nederlands vertaald boek uitgegeven.

Als we een auto of koelkast kopen, doen we onderzoek. We bekijken de scores in consumentenbladen en productbeoordelingen op consumentensites. Onze uiteindelijke keus wordt bepaald door logische, objectieve informatie over zaken als robuustheid van het product en energieverbruik. Wanneer we een gezelschapsdier kiezen echter, pakken we het lang zo verstandig niet aan. Het kost ongeveer 10.000 euro om een hond een leven lang te houden. Dat staat helemaal niet zo ver af van de nieuwprijs van een kleine auto. Maar als we de keuze maken voor een hond, is in tegenstelling tot bij de aanschaf van een C1 of Punto, rationele besluitvorming ver te zoeken.

Zo hebben Hal Herzog’s collega’s en hij uitgevonden dat, net als bij namen van mensenbaby’s populariteit plots flink kan verschuiven voor hondenrassen. Dat gebeurt op basis van emotionele ‘besmetting’ in de sociale context en op basis van kans. Vreemd genoeg kunnen Disney films een stijging in de populariteit van een ras veroorzaken, terwijl ongewenst gedrag als bijten en overmatig blaffen gewoonlijk niet zorgen voor verminderde populariteit. In de Verenigde Staten hebben populaire rassen vaker erfelijke afwijkingen dan minder populaire rassen.

De Engelse Bulldog is een klassiek voorbeeld van een misgelopen honden-modegril. Het ras wordt geplaagd door een heel scala aan afwijkingen, zoals gebitsproblemen, ademhalingsproblemen en snurken, huidontsteking, slaapapneu, gewrichtsproblemen, cataract, gespleten gehemelte, overmatige flatulentie en plotselinge dood. Antrozoöloog James Serpell noemt de Engelse Bulldog zelfs ‘het diergeneeskundige equivalent van een treinwrak’. Al deze gezondheidsproblemen ten spijt, geeft de Amerikaanse Kennelclub aan dat de Bulldogs in de afgelopen tien jaar van plaats dertien naar plaats vier zijn gesprongen op de lijst van populairste rassen. De vraag die daardoor rijst is:

Waarom kiezen mensen toch steeds gezelschapsdieren die hen een klein fortuin gaan kosten aan dierenartskosten?

In een artikel dat net is verschenen op PLOS One, adresseert een onderzoeksteam onder leiding van Peter Sandøe van de Universiteit van Kopenhagen deze vraag. De groep onderzocht waarom mensen een rashond willen bezitten. De onderzochte rassen zijn kleine honden, twee hebben te maken met modegril-populariteit. Deze twee rassen en een derde lijden aan ernstige erfelijke aandoeningen of vaak getoond ongewenst gedrag.

 Gekozen rassen

Het gaat om de Franse Bulldog, gekozen vanwege zijn snel toegenomen populariteit en gezondheidsproblemen als gevolg van selectieve fok op een plat gezicht (brachycephaal). De uitpuilende ogen maken het dier achttien keer gevoeliger voor oogproblemen. De waarschijnlijkheid op ademhalingsproblemen is zeventig keer groter dan bij de meeste rassen. Daarnaast lopen deze honden meer risico op wervelkolomafwijkingen en chronische pijn. De Chihuahua werd ook gekozen voor het onderzoek. Eveneens een snelle stijger qua populariteit en selectief gefokt om de kleinste hond ter wereld te zijn. Chihuahua’s staan bekend om ongewenste agressie naar hun eigenaar en andere honden en zijn gevoelig voor botbreuken, knieschijfproblemen en moeilijke geboortes. Het derde ras, de Cavalier King Charles Spaniël, werd gekozen vanwege een stabiele populariteit en de selectie op buitengewone ‘schattigheid’. Terwijl ‘schoonheid’ zijn tol vraagt: het selecteren op de kinderlijke kenmerken in het gezicht heeft geleid tot misvormde schedels en de aandoening syringiomyelia. Deze pijnlijke aandoening ontstaat wanneer de achterzijde van het brein uit de schedel wordt geduwd richting de wervelkolom. Het ras is daarnaast tien keer meer kwetsbaar dan gemiddeld voor sterfte door een hartaandoening. De Cairn Terriër, tot slot, vormde de controle groep. Extreme populariteit bleef uit, ondanks Cairn Toto in Wizard of Oz. Belangrijker nog, ze zijn niet geselecteerd op extreme lichaamsveranderingen. Vergeleken met andere rassen, heeft deze – weliswaar kleine – Terriër, relatief weinig erfelijke aandoeningen.

 Bij het onderzoek betrokken houders

De onderzoekers bekeken de besluiten van Deense hondenhouders omdat elke hond van een particulier in Denemarken geregistreerd staat in een register. De onderzoekers konden daardoor 3000 houders contacteren middels gerandomiseerde selectie (750 van elk ras). Zij werden gevraagd deel te nemen aan een vragenlijst over hun honden. In de uiteindelijke steekproef deden 309 Cairn Terriërs, 228 King Charles spaniels, 148 Chihuahua’s en 198 Franse Bulldogen mee.

De vragenlijst

In de vragenlijst stonden vragen over demografie (geslacht, gevolgde opleiding eigenaar, ras, etc.), over het voorkomen van gezondheidsproblemen bij de hond, over de onderwerpen die de houders belangrijk vonden bij het kiezen van hun hond, dagelijkse activiteiten als wandelen, trainen en het ras dat ze in de toekomst zouden kiezen. Daarnaast vroegen de onderzoekers hoe gehecht de houders aan hun hond waren, middels een gestandaardiseerde lijst van 23 vragen.

 De uitkomsten

De uitkomsten zijn fascinerend. Hier enkele highlights:

- Houders van verschillende rassen kiezen hun hond op verschillende gronden. Cairn Terriër baasjes hechtten waarde aan goede gezondheid. Franse bulldog baasjes aan het voorkomen van de hond, Chihuahua baasjes aan gemak, zoals beschikbaarheid en kosten van de puppies en King Charles spaniel baasjes gingen meer voor een combinatie van uiterlijk, persoonlijkheid en gezondheid.

- Misschien de meest intrigerende uitkomst is het verschil in gehechtheid. Chihuahua baasjes toonden het meest gehecht, Cairn Terriër baasjes het minst, de andere twee in het midden. De figuur bijvoorbeeld toont het percentage baasjes die het eens zijn met de stelling ‘Ik zou bijna alles doen om voor mijn hond te zorgen’.

 - Bij de Chihuahua en King Charles spaniel waren baasjes meer gehecht als er meer gezondheids- en gedragsproblemen waren.

- En, hoewel de Chihuaha snel populair is geworden, hebben ze daar weinig profijt van gehad. Van hun baasjes gaf 25% aan (versus 10% voor de andere rassen) niet opnieuw een hond van het ras Chihuahua te kiezen. Vreemd genoeg weerhield een groot aantal problemen met gezondheid/gedrag van de hond de deelnemers aan het onderzoek er niet van opnieuw voor hetzelfde ras te gaan. 

‘Nature, nurture’ en dierethiek

Waarom dan toch, worden mensen aangetrokken tot mismaakte en ‘neurotische’ hondenrassen ondanks de gezondheids/gedragsproblemen van deze dieren? Op een bepaalde manier reflecteert het antwoord daarop de discussie van ‘nature-nurture’. Peter Sandøe en zijn collega’s suggereren dat de onschuldige ogen van de Chihuahua en de babyachtige brachycephale gezichten van de Franse Bulldog in ons diepgewortelde menselijke emoties wakker maken die te maken hebben met kindgerichte kenmerken die het vooruitzicht van een hoge dierenartsrekening wegdrukken. Deze visie lijkt ondersteund door  het feit dat veel houders in dit onderzoek meer gehecht waren aan hun dier als er meer problemen waren met gezondheid/gedrag.

Het resultaat van het onderzoek kan echter ook gezien worden als onderbouwing van de visie dat hondenrassen een soort van popcultuur zijn gaan reflecteren, vierpotige-mode statements. Immers de omhoogschietende populariteit van de twee rassen in de studie met de ernstigste problemen had gelijke tred met de snelheid waarmee de laatste sneakertrend ging. De auteur van een recent artikel in ‘The Telegraph’ heeft het hier ook over. Hij geeft aan dat de enorme populariteit van de ‘Frenchies’ te ‘danken’ is aan bekende liefhebbers van het ras, zoals Madonna, Hugh Jackman, John Legend en Lady Gaga. 

Welke les is te leren uit het artikel van Sandøe en zijn collega’s? Dat is er een van dierenwelzijn en –ethiek. De onderzoekers benadrukken de welzijnsimplicaties van de even hardnekkige als trieste neiging om honden te kiezen met erfelijke afwijkingen. Zij geven aan dat de resultaten duidelijk laten zien hoe belangrijk het is betere manieren te vinden om toekomstige hondenbaasjes te motiveren tot de juiste keuze, om het lijden van de honden onder inteelt en erfelijke extremiteiten tegen te gaan.

 Auteur Hal Herzog is professor emeritus bij de psychologie vakgroep van de Universiteit van Western Carolina en auteur van het boek ‘Some We Love, Some We Hate, Some We Eat: Why It’s So Hard To Think Straight About Animals’, dat ook in het Nederlands is verschenen.

Het originele artikel verscheen 24 februari 2017 op Psychology Today: https://www.psychologytoday.com/blog/animals-and-us/201702/why-do-dog-breeds-genetic-disorders-suddenly-get-hot

Terug naar nieuwsoverzicht