Man of vrouw zijn, beïnvloedt het de omgang met de hond? – Onderzoek onder de loep

13 juli 2016

Ik zal de eerste zijn die aangeeft dat je mannen en vrouwen niet over één kam moet scheren. Ooit werkte ik bij een werkgever waar een groot deel van de dames tijdens de koffiepauze langdurig kon praten over bepaalde merken handtassen en (overigens prachtige) kleding en schoenen. Naarmate de pauze vorderde en de koffiebekers leger werden, werd ik dan wat bezorgd. Bezorgd over het moment dat ze naar mijn weekendbesteding zouden vragen, die geheid ver weg van mooie kledingwinkels was doorgebracht, in een modderig veld of ruig bos… Toch ben ik óók de eerste die aangeeft dat je verschillen tussen man en vrouw niet moet ontkennen, maar juist de kracht en pracht ervan wilt inzien.

Omdat te kunnen doen, wil je weten of er verschillen zijn in waar onze krachten liggen. Ook als we naar de omgang met de hond kijken. Helaas lijkt daarnaar nog weinig gedegen onderzoek gedaan te zijn. Jammer omdat het wel iets kan zijn waar we rekening mee willen houden. Het zou mij niet verbazen als we dat in de praktijk zelfs, bewust of onbewust, al doen. Zo zijn er genoeg asielen die bepaalde honden juist laten uitlaten door mannen en andere juist door vrouwen. Wat te denken van een dierenkliniek die vooral vrouwelijke assistenten aanneemt, omdat deze minder angst oproepen bij de te behandelen dieren? En hoe zit het met de ontwikkeling dat enkele decennia geleden vooral mannen als hondentrainer de gezelschapshond en zijn eigenaar begeleiden op de hondenschool/vereniging en dan vandaag de dag vooral vrouwen actief zijn in het opvoeden en begeleiden van probleemgedrag bij honden? Zouden we er iets van kunnen leren als we weten wat daarachter zit?

Helaas heeft mijn zoektocht in de literatuur weinig opgeleverd als het gaat om sekseverschillen en omgang, spel, opvoeding, training van de hond. Wat heb ik wel kunnen vinden?

Vrouw 20.000 woorden per dag, man 7.000

De inzet van taal richting de hond, daarover is iets te vinden. Wat in eerste instantie een beetje een ‘open deur universiteit’-gevoel oplevert. Over het algemeen wordt immers aangenomen dat de vrouw aanzienlijk meer woorden op een dag gebruikt, dan de man. (Hoewel er tegengeluiden te horen zijn: http://www.volkskrant.nl/wetenschap/bijna-50-duizend-woorden-per-dag-man-is-kletskous~a860464/). Dan verwachten we op taalgebied dus ook een interactieverschil tussen man en vrouw richting de hond.

Prato-Previde en collega’s (2004) vinden – in lijn met bovenstaande gedachte – dat vrouwen meer praten tegen hun hond. Zij kijken naar verschillen middels een test waarbij eigenaar en hond een aantal malen van elkaar gescheiden wordt. Vrouwen beginnen na een (korte) scheiding ook sneller te praten tegen hun hond. (Hierbij kan mogelijk ook spelen dat de mannen zich op dit punt meer geremd voelen, zeker als er een camera op ze is gericht, zoals bij dit onderzoek het geval was.) Opvallend is dat in dit onderzoek geen verschil wordt gevonden tussen man en vrouw waar het spel met de hond of fysiek contact betreft. Dit onderzoek is maar klein, er wordt gekeken naar het gedrag van tien mannen en vijftien vrouwen. Uit de vragenlijst, die naast de observaties wordt voorgelegd aan de deelnemers, blijkt overigens geen verschil in ervaren band met de hond tussen mannen en vrouwen.

Mitchell (2001) onderzoekt de verschillen en overeenkomsten tussen het spreken tegen honden en het spreken tegen baby’s. Hij kijkt alleen naar spelsituaties en dat slechts in 46 interacties. Mitchell vindt dat mannen richting de hond ‘baby taal’ gebruiken in 26% van hun taaluitingen richting de hond, vrouwen in 49%.

Het onderzoek van Prato-Previde en Mitchell leidt tot een interessante vraag. Baby taal wordt door een mens meer gebruikt bij onbekende dan bekende honden. Een van de functies van baby taal is het aangeven van vriendelijke/vriendschappelijke intenties. Baby taal kan dus als doel hebben een hond op zijn gemak te stellen. Zijn vrouwen daarop meer uit dan mannen?

Vermijdings/verdrijvings reacties van de hond sterker bij mannen?

Lore en Eisenberg vinden in een ouder onderzoek (1986) dat (intacte) reuen meer moeite hebben met contact maken met een onbekende man dan een onbekende vrouw. Bij (intacte) teven wordt dit verschil niet gevonden. (Bij het contact maken zit de tester en kijkt de hond aan, het vindt plaats in de kennelsetting.) Kan hierbij het bovengenoemde ‘op het gemak’ stellen een rol spelen? Is het de fysieke verschijning van de vrouw? Of toont het onderzoek slechts aan dat reuen minder snel naderen en fysiek contact zoeken dan teven? Een combinatie van factoren? Aan dit onderzoek nemen 20 honden deel, in een kennel setting, opnieuw een klein onderzoek dus.

In 1999 vinden Wells en Hepper in een onderzoek aan 30 asielhonden ook verschillen tussen reuen en teven (geen gegevens over intact zijn), maar niet gekoppeld aan man/vrouw testers bij de kennels. (In dit onderzoek staan de testers twee minuten aan de voorzijde van de kennel, geen gegevens over aankijken.) Zij vinden dat teven minder lang kijken naar een mens bij de kennel (man of vrouw). Tegen vrouwen werd minder lang geblaft door reu en teef dan tegen mannen. Een verschil tussen de onderzoeken is dat de eerste plaatsvindt in een commerciële kennel (tijdelijk verblijf van honden met een eigen thuis), de tweede in een asiel (honden binnengekomen als zwerver). Mogelijk hebben de honden in het asiel een minder goed benutte gevoelige periode doormaakt en minder positieve ervaringen met mensen opgedaan, waardoor de blik op een onbekend mens anders is.

Te weinig onderzoek om stevige conclusies op te baseren dus helaas. Want hier ligt mogelijk een kans. Een kans om het handlen van honden in kennel/asielsituaties voor de hond minder stressvol te maken als duidelijk zou zijn of reuen/teven verschillen ervaren in omgang met mannen/vrouwen.

Nature, nurture en optimale inzet van diversiteit

Herzog zet in 2007 onderzoeken op een rij met betrekking tot de verschillen tussen man en vrouw in interacties tussen mens en dier (niet alleen hond). Hij kijkt naar allerlei aspecten van interacties, zoals houding en hechting, maar ook bescherming en mishandeling. Over de hele linie valt hem op dat er een grote overlap is tussen man en vrouw, met veel meer variatie binnen een geslacht, dan tussen de geslachten. Zeker waar het hechting aan het dier betreft, zijn de gesignaleerde verschillen tussen man en vrouw niet groot. Gaat het echter om houding, dan zijn de verschillen al wat groter en bij bescherming en mishandeling zijn de verschillen het grootst. Dit leidt wellicht tot een interessante slotvraag – wat ligt er ten grondslag aan de verschillen tussen man en vrouw als het om de omgang met dieren gaat? In welke verhouding spelen de welbekende ‘nature’ en ‘nurture’ een rol? Het zal niet makkelijk zijn daar een eenduidig beeld van te vormen. Los van culturele verschillen, zullen gedrags- en denkverschillen tussen man en vrouw onder invloed staan van een ingewikkelde hoeveelheid aan factoren, van bouwverschillen, hormonale verschillen tot invloeden uit de omgeving, die al in de baarmoeder starten en bij opvoeding en levenservaring verder vorm krijgen.

Over het algemeen lijkt daarnaar nog weinig onderzoek gedaan te zijn. Terwijl er wellicht wel voordelen te halen zijn uit verschillen tussen man en vrouw en de omgang met de hond. We het de hond en onszelf makkelijker kunnen maken in bepaalde situaties. Denk aan angstige honden of honden die behoefte hebben aan een bepaalde vorm van aansturing. Hoe kunnen we dan optimaal gebruik maken van onze diversiteit? Wat kunnen we van elkaar leren en waar kunnen we door keuzes toewerken naar een zo optimaal mogelijke leef- of trainingssituatie? Genoeg vragen… nu nog de antwoorden…

Bronnen:

Herzog, H.A. (2007). Gender differences in human-animal interactions: a review. Anthrozoös, 20 (1), 7-21.

Lore, R.K., Eisenberg, F.B. (1986). Avoidance reactions of domestic dogs to unfamiliar male and female humans in a kennel setting. Applied Animal Behaviour Science, 15, 261-266.

Mitchell, R.W. (2001). Americans’ talk to dogs: similarities and differences with talk to infants. Research on language and Social Interaction, 34 (2), 183-210.

Prato-Previde, E., Fallani, G, Valsecchi, P. (2004). Gender differences in owners interacting with pet dogs: an observational study. Ethology, 112, p. 64-73.

Wells, D.L., Hepper, P.G. (1999). Male and female dogs respond differently to men and women. Applied Animal Behaviour Science, 61, 341-349.

Terug naar nieuwsoverzicht