Duidelijk - column

7 juli 2016

Opa zit op de fiets. Voor- en achterop een kleinkind. En één kleinkind op een schattig klein fietsje schuin voor hem: Kareltje mag al zelf fietsen.

Even de kinderen van school halen. Het zonnetje schijnt. Dit is een van de geneugten van de opa-status. Karels beentjes peddelen hard, het stuurtje wordt stevig vast gehouden. Opa geeft een duidelijke instructie: ‘Bij de brug rechts Karel!’. Karel ziet de brug. Karel wil luisteren naar opa. Maar wat is ook al weer “rechts”? Hij roept nog: ‘Wat is rechts opa?’, maar opa hoort dat niet en dan is het te laat. Piepende remmen, plotselinge stilstand, twee kindjes op een fiets die door elkaar schudden op de noodstop. Het idyllisch opa-kleinkind moment ruw verstoord. Kareltje weet een val te voorkomen, maar schrikt heftig. Net als opa. Door de schrik schiet opa flink uit zijn slof. ‘IK ZEI JE RECHTS! LUISTEREN KAREL!’

Duidelijk. Wanneer zijn we duidelijk? Als we een korte, goed getimede instructie geven? Zeker, timing en formulering zijn cruciaal. Even cruciaal echter, is begrip. Wederzijds begrip van de gegeven instructie. Daar gaan we regelmatig de mist in. Juist bij dingen die voor ons “gewoon” zijn. Ik was ooit op stap met een meisje van veertien dat een slechte start in haar leven had gehad. Lang niet naar school geweest, veel minder meegemaakt en meegekregen van het “normale” leven dan de meeste kinderen. Tijdens het uitje legde zij uit waar we heen gingen. Ze had een fenomenaal geheugen voor routes en een fantastisch ruimtelijk inzicht. Ik verwachtte dat ze een goede navigator zou zijn. Maar tijdens de rit kwamen we toch in de problemen. Haar instructies voor de route, landden bij mij steeds verkeerd. Na een tijdje begreep ik waarom…ze had nog niet geleerd dat rechts, rechts was en links, links. Het zorgde voor verwarring op de instructie. Net als bij Karel het geval was.

Bij honden zie je dit ook. Veel te vaak. Als mensedenken we dat de hond “niet luistert”. We worden boos: ‘Hij moet toch luisteren!’, ‘Hij weet best dat…’. Maar ze luisteren wél. Ze begrijpen slechts onvoldoende.

Karel luisterde. Ik luisterde. We begrepen echter niet. De aanwijzingen waren simpelweg voor ons onduidelijk. Het zal je verbazen hoeveel honden van schijnbaar “eenvoudige”, gangbare signalen, de betekenis niet (goed) kennen. Hoe vaak wij die onvoldoende passend voor het dier hebben aangeleerd. De weigering in het behendigheidsparcours is wellicht geen weigering, maar een onvoldoende aangeleerd signaal. De “zit” die niet wordt uitgevoerd, is geen “niet willen”, maar een “niet begrijpen”. Niet weten dat zit ook zit is, als je het handgebaar van de baas niet ziet of als je (anders dan ooit tevoren) je achterwerk op nat gras moet plaatsen (in plaats van de vertrouwde stoep waar het voorheen altijd geoefend is). Het niet “lossen” op de mouw is geen ongehoorzaamheid, maar een hond die niet heeft leren lossen op een hoog adrenalineniveau.

Ze wíllen wel luisteren, maar begrijpen het niet. Een hond die zijn aandacht op je heeft gericht en niet doet wat je zegt, heeft negen van de tien keer moeite om te begrijpen wat je instructie is. Of dat die instructie ook de instructie is in díe specifieke situatie.

Hoe duidelijk zijn we eigenlijk naar elkaar? Mij is duidelijk dat we een wereld kunnen winnen door naar de wereld te kijken vanuit de kennis daarover van die ander. Niet van onszelf. Ik kan wel weten wat rechts en links betekenen, maar weten Karel, Bello en Lassie dat ook? Even checken. Veel proofen. Het kan een boel duidelijk maken.

Column met dank aan Brenda: http://www.speurhond.nl/

Terug naar nieuwsoverzicht