Impulsiviteit bij honden

9 mei 2016

Het kleine hondje was net als de andere pupjes in zijn groepje op de hondenschool rond acht weken bij zijn baasjes gekomen. Net als de andere pupjes wilde hij graag zijn wereld ontdekken. Hij was goed te motiveren op de les, voor voer, maar vooral ook voor speeltjes. En zijn nieuwe familie oefende net als de andere cursisten de lesstof thuis. Misschien oefenden ze zelfs wel wat vaker dan de anderen. Ze begrensden kleine Puck ook meer.

Puck was namelijk niet in alles ‘net als de andere hondjes op de cursus’. Puck was ‘lastig bij de les te houden’ en blafte veel. Naar andere cursisten, andere honden, naar objecten. Hij las ook de signalen van andere honden onvoldoende. Daardoor liep hij in sociaal opzicht steeds in zeven sloten tegelijk. Thuis waren er ook ‘zeven sloten’, of liever: het kanaal, een greppel en zelfs een fiets waar hij in of onder wist te belanden in zijn eerste levensmaanden.

Puck was een impulsief hondje. En is dat altijd gebleven.

Impulsiviteit bij honden is tot op heden slecht gedefinieerd. Vaak hoor je erover als er sprake is van agressie, anders niet. Maar wat maakt dat een hond impulsief is? Kunnen we het onderscheiden van een hond die onvoldoende is opgevoed/begrensd en van een hond die te veel energie in zijn lijf heeft omdat hij te weinig te doen krijgt? En tot slot, is het erg, dat we weinig alert lijken op impulsiviteit bij honden?

Hoe herkennen we een impulsieve hond van een hond die te weinig grenzen/opvoeding en/of beweging heeft gehad?

Bij mensen wordt impulsiviteit beschreven als een aanleg tot ongeplande, snelle reacties op prikkels van buitenaf of van binnenuit, zonder voldoende na te denken over negatieve gevolgen daarvan voor jezelf of de omgeving. Kenmerkend zijn een verminderd concentratievermogen of verminderde volharding op een taak, de neiging om impulsief te reageren ‘in the heat of the moment’, het verminderde vermogen om behoeftebevrediging uit te stellen en een hoge of juist lage gevoeligheid voor beloning en straf. 

Responsinhibitie, geremdheid van gedrag is minder aanwezig bij impulsieve mensen. Net als emotieregulatie, het kanaliseren van emoties. 

Bij een impulsieve hond verwacht je daarom te zien dat kleine gebeurtenissen onevenredig heftige reacties geven (en dat is niet bij één, maar bij een breed scala aan situaties). Daarbij kun je extreme lichamelijke signalen zien als overmatig hijgen, borstelen, grote ogen. Bij situaties van opwinding kun je abnormaal gedrag verwachten zoals staart najagen en rondjes cirkelen.

Als een impulsieve hond zijn heftige reacties toont op gebeurtenissen, kan hij ongevoelig zijn voor zowel beloningen als correcties. Hij is ‘moeilijk te bereiken’ en doet er lang over voor hij weer is gekalmeerd. Als deze hond een taak krijgt, zoals een puzzel uit hersenwerk, gaat hij er ‘vol’ in, maar ongeconcentreerd. Daardoor kan hij er lang(er) over doen de puzzel op te lossen. Of hij geeft het snel op. Als er sprake is van agressie, kan dit in de vorm van een ‘explosie’ zijn, zonder de opbouw die je bij andere honden ziet. De hond lijkt daarnaast regelmatig ‘overactief’ en stórt zich in nieuwe situaties en ontmoetingen. Tegelijkertijd raakt hij snel zijn interesse kwijt. Geduldig wachten komt bij deze hond nooit van nature, wat je bijvoorbeeld ziet bij voer/wandeltijd. 

Het beeld van een impulsieve honden is anders dan dat van honden die te weinig beweging, opvoeding en/of begrenzing hebben gehad. Deze:

-          Tonen zich ook (over)enthousiast in situaties, maar kunnen langer focussen op een taak en zijn ‘bereikbaarder’.

-          Zijn gevoeliger voor signalen van de ander, zoals waarschuwingen (van andere honden), beloningen/correcties.

-          Werken zich minder ondoordacht in nesten. Als ze de kans krijgen gaan ze er als een haas vandoor in het park, maar ze weten zich heel goed uit kanalen, greppels of andere zaken te houden. Tenzij ze daar moedwillig in stappen.

-          Zijn langer bezig met een activiteit (zoals activiteitsspeelgoed).

-          Worden rustig en beheerst in allerlei (geoefende) situaties, zodra opvoeding/begrenzing ter hand wordt genomen en/of voldoende beweging wordt gegeven.  Bij een impulsieve hond blijven – ook na training en conditionering – veel meer situaties opgefoktheid en concentratieproblemen geven. Wat niet wil zeggen dat training en conditionering geen vruchten afwerpen. Dat doen ze zeker, maar het vraagt relatief veel inzet van de begeleider. 

Is het erg dat we onvoldoende kijken naar impulsiviteit naar honden?

Om een aantal redenen: ja.

Zo zijn er (beginnende) eigenaren, die ontzettend hun best doen met hun impulsieve hond, maar te weinig inzicht en goede begeleiding wordt geboden. Er wordt op cursussen soms zelfs aangegeven dat deze hondenbaasjes te weinig zouden oefenen, te weinig grenzen stellen of zelfs simpelweg ‘lastig zijn’. De cursist blijft vervolgens gefrustreerd weg van de les. Misschien rustig voor de groep (en de instructeur?), maar funest voor de baas-hond combinatie, die juist zo hard coaching nodig heeft.

Daarnaast lijken er buitensporig veel ‘impulsieve’ honden in herplaatsing te gaan. Terwijl juist zij een veranderde omgeving en/of drukke asielomgeving moeilijker kunnen behappen.

Tot slot lijkt het er op dat impulsiviteit soms wordt verward met wil om te werken. Terwijl juist impulsieve honden meer moeite hebben met taakoplossend gedrag, langdurige concentratie op een taak; dus meer zullen vragen van hun handler en minder makkelijk presteren op de taak die van ze gevraagd wordt. De vraag die dan rijst is, selecteren we honden wel op de juiste eigenschap(pen) om ze goede kansen op een fijn leven (in onze prikkelrijke samenleving) te bieden en optimaal te kunnen inzetten voor het samenwerken met ons, wat voor een groot deel onze gezamenlijke band bepaalt.

Meer aandacht voor impulsiviteit bij honden, meer herkenning ervan en een goede begeleiding (en veel aanmoediging!) voor impulsieve honden en hun begeleiders lijkt dus zeer op zijn plaats!

Terug naar nieuwsoverzicht