Leesvoer - of eigenlijk vragen - over hongergevoel

27 april 2016

Twee grijze hoofden hangen verwonderd boven de vriezer in de dierenwinkel. ‘Ja, maar, dan moet je dat eerst allemaal gaan koken’, klinkt het, met een onvervalst Haags accent. ‘Ach Truus, dat moest vroeger toch ook voor de honden’. Maar Truus ziet het niet zitten. ‘Nee, hoor dat ga ik op m’n ouwe dag echt niet meer doen.’ Ik vraag me af wat er in de vriezer zit, dat gekookt moet worden en spiek over een schouder nieuwsgierig mee. Het gaat om pakken KVV, k(c)ompleet vers voer… Ontdooien ja. Koken nee…

Een dier goed voeren, is dat moeilijk? Voor velen van ons niet. Voor velen anderen, moeilijker dan we beseffen. Eerder schreef ik al over overgewicht en de elementen van goede voeding.

In dit item wil echter ik vooral vragen neerleggen. Vragen over iets dat wellicht te vaak onderbelicht blijft… hongergevoel bij honden. Trek, het gevoel nú echt iets te moeten eten, als mens kennen we het allemaal. Het gaat dan meestal niet eens om je voedingsstatus (of je over het algemeen genoeg en de goede dingen eet). Vaker gaat het om een momentopname van ‘tekort’. In de haast het ontbijt overgeslagen, door drukte op het werk laat met de lunch, … Hoe snel trek (dat ook tussen je oren kan zitten), omslaat in lichamelijk ongemak, verschilt van mens tot mens. Ook de verschijnselen verschillen. Een rommelende maag, concentratieproblemen, chagrijnigheid of zelfs flauwvallen. De één heeft er nooit last van, de ander al snel.

Maar hoe zit het met die hongerervaringen bij onze honden? Op basis van lichamelijke overeenkomsten is het heel goed denkbaar dat honden hongergevoel beleven. Zeker honden die slechts één keer per dag gevoerd worden met makkelijk verteerbaar voer en niets tussendoor krijgen, moeten een gevoel van trek kennen.

Honden die bovendien bovenmatige werk- of sportprestaties leveren, kunnen als gevolg van inspanning ook fluctuaties ervaren in wat er in een lijf gebeurt als gevolg van die inspanningen.

Wat gebeurt er in een lichaam als er hongergevoel ontstaat? (Ik heb het dus niet over verhongering, waarbij korte termijn of lange termijn voedingstekorten ontstaan, maar over het gevoel van trek.) Honger is een biologisch signaal dat het lichaam behoefte heeft aan eten. Het wordt beïnvloed door factoren als een dalend ‘suikergehalte’ in het lichaam (zeg maar de direct beschikbare energie voor de cellen waaruit ons lichaam bestaat) en vulling van het maag-darmkanaal. Trekgevoel kan ook tussen de oren zitten en opgewekt worden door externe signalen.

Nu is een beetje trek niet zo’n probleem, maar wat als een hond regelmatig of heftig hongergevoel ervaart? Vooral het feit dat het dier daaraan zelf weinig kan doen, kan maken dat het tot welzijnsaantasting leidt. Iets om over na te denken dus. Zeker bij honden van wie werk/sportinspanningen worden gevraagd. Onderzoek geeft indicaties dat samenstelling van voeding de kwaliteit van speurwerk bij honden beïnvloedt, maar wat is de invloed van een ‘lege maag’ (of liever: een laag beschikbaar ‘suikergehalte’ voor het lichaam) op prestaties?

Wat kunnen we qua voeding doen om hongergevoelens te voorkomen. Spreiden? Of juist niet? Samenstelling? Vorm van aanbieden? En… hoe herkennen we trek bij onze honden?  Hoe onderscheiden we daarbij het lichamelijke hongergevoel van wat tussen de oren zit? Een hond die schrokt, rondhangt bij voer(plek), onrustig is rond etenstijd, vreemde voorwerpen eet, bedelt, minder presteert op bepaalde momenten van de dag… het kunnen indicaties zijn, maar dat hoeft zeker niet. Er is een scala aan mogelijke motivaties te bedenken voor elk van deze gedragingen. Wie zegt dat het hongergevoel is? Zijn er betrouwbare indicatoren van trek bij de hond?

Hoe vaak speelt hongergevoel bij honden? Hoe erg is het? Moeten we toe naar een Glasgow composite pain scale (http://www.gla.ac.uk/media/media_61908_en.pdf) voor hongergevoel? Of kunnen we met simpele (welke?) maatregelen voorkomen dat honger onze honden (of hun gedrag/prestaties) beïnvloedt?

Goede voeding voor de hond kan mogelijk dus nóg een stapje complexer zijn dan we nu al denken. Voldoende, niet te veel, de juiste samenstelling, maar ook zodanig gegeven dat de hond niet te vaak, intens of op verkeerde momenten een hongergevoel ervaart.

Truus en Hendrik uit de dierenwinkel zouden vermoedelijk aan de kook raken van al deze vragen en aangeven dat hierover vroeger toch ook niet werd nagedacht… Maar of dat, met alle veranderingen in de wijze waarop we honden houden en in onze samenleving, een houdbaar argument is om niet op zoek te gaan naar antwoorden?

Terug naar nieuwsoverzicht