Oogopslag - column

8 april 2016

Het is weer waar de honden geen brood van lusten. Of hondenweer. In elk geval komt de regen met bakken uit de hemel. 

Voor me speelt zich een ontroerend tafereel af. Een grote norse man met plu roept zijn honden. Zijn donkere stem klinkt stevig genoeg door het gekletter van de regen heen. Een van zijn honden komt direct en hij lijnt deze aan. De andere blijft met een lage staart dralen. De man roept opnieuw. De klank in zijn stem onveranderd.

Ik zie in een oogopslag wat het probleem is. De hond nadert inmiddels de man behoedzaam één stap en verlaagt zijn houding verder. Een leek zou kunnen denken dat de hond bang  is voor zijn baas. Dat voor de weigering nu een pak slaag gaat volgen. Maar de man en ik weten beter.

Deze man is niet zo maar een hondenbaas. Dit is de gouden baas die elke hond zich wenst. De man klapt voorzichtig zijn paraplu in en legt hem op de grond. In de stromende regen wacht de grote beer met een nog groter hart, geduldig. Terwijl hij doorweekt raakt, doet hij niets. Niets anders dan begrip tonen voor zijn dier. 

De hond kijkt, twijfelt, schudt zich dan uit; maar niet van de regen. Hij schudt zijn angst af. Zijn angst voor die enorm enge paraplu. Nu die is verdwenen, trekt hij een sprintje. In één lijn naar de inmiddels verregende, maar teder glimlachende baas, en duwt zijn kop tegen diens been.

Wat een inzicht, wat een kanjer deze hondenbaas. Door regenbui heen, ben ik er stil van.

Terug naar nieuwsoverzicht