Laat je hond nooit winnen...Laat hem leren - column

2 maart 2016

‘Het is belangrijk dat je je hond nooit, maar dan ook nooit laat winnen!’. Links en rechts knikken mensen instemmend terwijl ze naar de trainer kijken die deze zin uitspreekt. Hij kijkt de groep rond om te zien of zijn Belangrijke Boodschap doordringt. De groep kijkt braaf terug.

Even later vliegen honden de lucht in aan hun halsband. Nadat uit diverse kelen hard ‘Nee!’ heeft geklonken. De groep betreft namelijk een set cursisten op hondencursus die ‘nee’ ‘aanleren’ aan hun honden. Dat zou belangrijk zijn bij het Nooit Laten Winnen van de hond.

Ik ben met iemand mee die met zijn hond op cursus is. Normaal gesproken vind ik dat een genot. Lekker kijken en genieten van lerende baas-hond combinaties en collega-trainers. Vandaag zoekt mijn brein echter koortsachtig naar een manier dit drama te stoppen.

Rechts van me bungelt Boris. Boris heeft de bui eerder zien aankomen dan ik. Op het moment dat de trainer zijn kant op bewoog, schoof hij achter de benen van zijn baas. Bij mij gingen op dat moment de alarmbellen rinkelen. Mijn brein reageerde echter niet snel genoeg om Boris te behoeden voor het naderend onheil. Gelukkig kan ik hem wel uit zijn benarde positie bevrijden. Mijn eerste noodgreep bestaat uit een por in de zij van zijn baas en een duidelijk gebaar Boris acuut op zijn poten te laten terugkeren. Maar Boris is niet de enige die is overgeleverd is aan ‘oefening’. Verder op hoor ik een extra toelichting ‘Goed hoog vasthouden en als hij worstelt, vasthouden tot hij opgeeft. Hij mag niet van je winnen!’

Tijd voor een goed doordacht plan heb ik niet, dus ik gooi het op een verrassingsactie. ‘Wacht even, wacht even, wil iedereen even wachten?’, zeg ik hard. Verbaasd kijkt de groep mij aan. Ik ben immers maar te gast vandaag. Terwijl de honden landen en ik er een paar hoor kuchen, zet ik mijn onschuldige gezicht op. ‘Ja sorry hoor, ik kom alleen maar kijken vandaag, maar ik snap de oefening nog niet. En ik dacht misschien hebben meer mensen dat? Iedereen is meteen aan de slag gegaan, maar mag ik nog iets vragen?’ De trainer kijkt mij - dit mevrouwtje dat ook weer niets van honden weet - meewarig aan. Nu ja, vooruit dan, lijkt hij te zuchten en ik vervolg mijn woordenstroom. ‘Ja, ehm, dus, u zegt dat de hond niet mag winnen, maar wat is er dan precies te winnen in deze situatie?’ Ik kijk zo bleu mogelijk.

De trainer zucht over zo veel onkunde: ‘Nee, je moet hem nú leren dat hij niet van je kán winnen.’

‘Ah, zeg ik, maar hoe leert hij dan dat hij niet van je kan winnen door in de lucht te hangen aan zijn halsband? En u bent heel sterk, maar wat als je niet sterk genoeg bent om hem van de grond te krijgen. Leert hij dan juist wel “winnen”? En u zei dat we “nee” gingen aanleren, maar leren gaat toch in stapjes en door gevolgen van gedrag of doordat iets een bepaalde betekenis krijgt, maar wat krijgt hier nu welke betekenis en welk gedrag heeft hier nu welk gevolg?’ En al deze honden zijn nog in de groei, kan dat geen kwaad om zo aan je nekwervels in de lucht te worstelen en hangen?’. Ik haal adem, maar geef hem geen kans iets te zeggen. Snel vervolg ik: ‘Ja, sorry hoor, ik stel misschien heel veel vragen. En misschien weet ik niet genoeg van honden, want ik begrijp de oefening gewoon niet en ik zie hier allemaal honden aandachtig naar hun baas kijken en dan ineens de lucht in gehesen worden. Ik zie gewoon niet wie er dan wat wint in deze situatie…?’

De mond van de trainer is opengevallen. De groep stil. Het lijkt er op dat mijn vermogen om te ratelen eindelijk zijn nut kan opleveren. Ik weet niet of de trainer verbaasd is over mijn snelle praten of over de inhoud van de vragen die ik afvuur. Maar er lijkt enige twijfel te lezen in zijn ogen. Over iets. Al weet ik niet wat.

Nu is het mijn beurt een por in mijn zij te krijgen. Het is de baas van Boris. Hij kijkt naar de trainer en zegt ‘Ik had er niet over nagedacht, maar eigenlijk vind ik dit inderdaad een rare oefening. En mijn fokker zegt dat ik nog niet de trap op en af mag met de hond, dus dat hangen is misschien niet zo’n goed idee, nee’. Ik kan hem wel zoenen, maar slaak in plaats daarvan een zucht van verlichting.  

De groep kijkt naar hun honden. Naar elkaar. Knikt instemmend op de opmerking van de baas van Boris. De trainer besluit een oefening van de vorige les te herhalen. Voor even is het gevaar geweken. Maar wat valt er nog veel te leren en een wereld te winnen als meer hondentrainers een goede opleiding volgen en weten wat er te leren is over leren.

Terug naar nieuwsoverzicht