Samen in de sloot - column

11 februari 2016

‘Als iedereen in de sloot springt, doe jij dat dan ook?’, de moeder kijkt haar kind streng aan. Haar vraag is een reactie op een weerwoord van haar achtjarige: ‘Maar Peter en Milan deden het ook!’

Ik gniffel terwijl ik langs dit tafereel loop. Ik was geen makkelijke als kind. Als men mij vroeg of ik ‘dan ook in de sloot zou springen’, zij ik graag ‘ja!’. Als iemand (en zeker als iedereen) in de sloot springt, zo was mijn gedachte, dan was daartoe vast een hele goede reden. Groepsgedrag heeft een reden en een evolutionair nut. Als er brand uitbreekt en iedereen springt de sloot in, is het niet handig om eerst om je heen te kijken en te bedenken of jij ook in de sloot wilt springen. Meebewegen met een groep kan je leven redden of toch minimaal een stuk makkelijker maken.

Voorbeelden daarvan zie je dagelijks om je heen. Ga bij een gemiddelde voetgangersoversteek staan en bekijk wat er gebeurt. Veel mensen zullen, druk doende met hun telefoon, zonder opkijken in een groep meebewegen die bij groen oversteekt. Geen oog op de auto’s of veiligheid. Maar dat hoeft waarschijnlijk ook niet. Een auto zal niet snel optrekken als een groep mensen oversteekt. Steekt een enkeling over, dan zal dat veel eerder wel het geval zijn. De groep geeft kracht en veiligheid.

Honden leven ook bij de kracht van de groep. Dat kan goed uitpakken, of minder goed. Honden gaan als geen ander mee de spreekwoordelijke sloot in. Heb je een notoire uitvaller over de vloer? Grote kans dat jouw hond, die anders nooit uitvalt, mee gaat in een blafconcert. Helaas blijkt daarbij – net als bij mensen – dat ongewenst gedrag ‘besmettelijker’ is, dan gewenst gedrag. Als een groep jongeren op pad is, zal een brave borst eerder meegaan in vandalistisch gedrag, dan andersom. Tenzij de brave borsten veruit in de meerderheid zijn. Zowel bij mensen als bij honden kan het groepseffect zelfs zo krachtig zijn dat individuen iets doen wat ze zonder het effect van die groep, nooit zouden doen. Een bushokje is ‘ineens’ gesloopt, door jongeren waarvan de meerderheid goed opgevoed en vriendelijk is. Een andere hond wordt aangevallen door een groep honden waarvan de meerderheid van de honden sociaal en vriendelijk is. De spreekwoordelijke ‘rotte appels’ dragen hun rotte plekken makkelijker over op ‘gave appels’ als ze bij elkaar liggen, dan andersom. Wanneer je de verantwoordelijkheid hebt over een groep honden, moet je er altijd op beducht zijn dat ze zo ineens met z’n allen in de sloot kunnen springen.

Gelukkig kan groepsgedrag ook ten goede worden ingezet. Een angstige hond kan bijvoorbeeld makkelijker over een drempel worden geholpen als stabiele honden hem meenemen in het gewenste gedrag. Laat maar eens twee honden achter elkaar door of over een obstakel gaan waar een derde hond angst voor heeft. Grote kans dat – wanneer er géén sprake is van dwang – de angstige hond relatief makkelijk met hen meebeweegt over dat obstakel. Of laat een watervrije hond lekker poedelen en paddelen in een veilige wateromgeving. Voor je het weet staat een hond die anders nooit iets van water moet hebben, ineens midden in de plas mee te doen met de ‘fun’. Samen in de sloot, is helemaal zo slecht nog niet.

Foto: hughjansman.nl

Terug naar nieuwsoverzicht