Welzijn is ongelijk aan 'niet-slechtzijn'

29 december 2015

Dierenwelzijn wordt op verschillende manieren verwoord en bestudeerd. Vroeger werd vooral gekeken naar de afwezigheid van factoren die het welzijn konden bedreigen. Honger, dorst, ziekte, aandoening, angst, pijn, ongemak, etc. Uiteraard heel belangrijk! Maar welzijn is meer dan “niet-slechtzijn”. Het gaat niet alleen om de afwezigheid van negatieve ervaringen en situaties, hoe belangrijk ook. Het gaat ook om de aanwezigheid van positiefs!

Gezonde spanning maakt ons leven leuk

Een goede welzijnssituatie brengt een dier ook voldoende positieve ervaringen en situaties. Denk maar eens aan je eigen leven. Wat maakt je gelukkig? Natuurlijk de afwezigheid van nare dingen en ellende. Maar echt gelukkig wordt je vooral van al het positieve dat het leven brengt. Liefde voor je kinderen, een gezellige avond met vrienden, verliefdheid, een feestje, een nieuwe aankoop, het behalen van een mijlpaal als een sportprestatie of diploma.

Bijzondere zaken en gezonde spanning máken het leven. Voor dieren is dat niet anders.

Iets om rekening mee te houden, als wij druk zijn met ons geluk en ons leven. De dieren die van ons afhankelijk zijn, zijn immers voor die positieve ervaringen vaak ook deels of geheel op ons aangewezen.

Is een dier een gezelschapsdier dan hebben wij voor het dier gekozen. En vanaf dat moment kiezen en bepalen we dagelijks voor het dier. Beslissingen die zorgen dat het dier genoeg (en niet te veel) juiste voeding krijgt, veilig is in zijn omgeving, gezond kan blijven. Maar mentale gezondheid hoort daar ook bij.

Gezelschap, uitdaging, comfort en keuze, juist daarin zitten welzijnskansen verborgen

En juist daar zitten de kansen om te zorgen voor echt welzijn, niet alleen voor niet-slechtzijn. Gezelschap bijvoorbeeld. Dus niet negen uur lang, werkdag in werkdag uit, in eenzaamheid en verveling wachten op dat gezelschap. Tevredenheid, bijvoorbeeld na een trainings/werksessie of een avontuurlijke wandeling. Nieuwsgierigheid bij geboden kansen om een onbekende omgeving te verkennen. Onderzoekend zijn bij het zoeken en vinden van voedsel. Comfort bij fijne ligplekken die je zelf kunt kiezen, bijvoorbeeld een warmere plek als het koud is en een koelere bij warmte. Spel en blijheid bij fijn sociaal contact met soortgenoten of mensen.

Als mens bepalen we bijna alles voor het gezelschapsdier. Dat biedt ons enorme kansen om het dier een fantastisch leven te geven. Maar het eist ook van ons dat we zorgen voor dat goede leven. Dat we zicht hebben op wat een dier nodig heeft, om zich niet slecht te voelen, zowel als om zich echt goed te voelen. Kijkend vanuit het dier, niet vanuit onze eigen houding of (culturele) opvattingen.  

Terug naar nieuwsoverzicht