Column - beest heeft geen hersens

21 oktober 2015

‘Het beest heeft geen hersens’, ik hoor het mijn vader nog zo zeggen. Als ik de kat wéér een trucje leerde (wat meestal inhield dat ik zíjn kaasborrelhapjes inzette als beloning), als ik een verhaal had over een paard of als ik mijn puberteitsdiscussiebehoefte losliet op een dieronderwerp.

Mijn lieve vader heeft niets met dieren. In sommige gevallen valt de appel ver van de boom. (Hoewel ik me de blik op het gezicht van mijn economieleraar herinner, toen ik een van mijn best becijferde vakken liet vallen omdat ik er geen uitdaging in zag. Die economische genen zijn wèl van mijn vader afkomstig, denk ik zo.)

Voor zover ik weet heeft mijn vader ook never nooit iets met dieren gehad. In die tijd echter, was hij zeker niet de enige die er van overtuigd was dat dieren “automatische machines” waren zonder al te veel denkvermogen. We zijn van ver gekomen. Het beeld van het dier als automatische machine is min of meer uitgestorven. Vandaag de dag wordt het leer- en communicatievermogen van dieren niet alleen onderzocht om meer over onze evolutie te weten te komen, maar zelfs om meer over ónze vermogens op dat vlak te weten te komen.

Het “dier zonder hersens”, en zeker de hond, laat wetenschappers - vooral de laatste jaren - versteld staan over het dierlijk brein en wat dat kan. Verrassingen door een veel beter vermogen om oplossingen te bedenken en er tussen te kiezen, verregaand begrip van een aantal van onze communicatiesignalen, actief leervermogen op taal, begrip van symbolen, ook twee dimensionaal, etc, etc. De wetenschap staat meer dan versteld.

Dierliefhebbers zoals u en ik zijn minder verrast. Wij halen onze schouders op en denken “tuurlijk, logisch toch”. Helaas doen niet alle dierhouders dat. Te veel honden worden schromelijk onderschat. Hun baasje beseft te weinig wat een dier, dat zo’n meester is in overleven en zo veel hersens heeft, op een dag nodig heeft om een beetje gelukkig te zijn. En… te veel honden worden schromelijk overschat. Hen worden eigenschappen toegedicht die de hond niet heeft. Simpelweg omdat die eigenschappen nooit nodig zijn geweest of omdat een hond zijn eigen, prachtige diersoort is, een diersoort op zich, die niet identiek aan ons is. (Juist diversiteit is de kracht van optimaal samenleven.) Dit zijn de honden die “schuldig” worden bevonden, bijvoorbeeld als ze iets hebben gesloopt. Die dit als misdrijf in de schoenen geschoven krijgen, terwijl ze simpelweg hond zijn en zich honds gedragen.

We zijn dus van ver gekomen, maar we hebben nog een hele weg te gaan. Een weg waar onze dieren ons mee zullen helpen, als we ze de kans geven. Als we kunnen kijken met open en onbevooroordeelde ogen, oprecht geïnteresseerd in wat we zien.

Mijn hond doet in elk geval haar best bij mijn vader. Hij heeft haar nooit zien presteren op een wedstrijdveld, maar haar trukendoos is groot genoeg om een stukje van zijn hart veroverd te hebben. Daarvan ben ik overtuigd. En ik moet het hem toch eens vragen, nu ik vrij ben van pubereigenwijsheid, wat dat heeft gedaan met zijn blik op haar bezit van hersens…

Foto: Nel van Wijngaarden: www.nelvanwijngaarden.nl 

Terug naar nieuwsoverzicht