Column - Belangrijke vragen boven dominante vragen

6 oktober 2015

Regels in de relatie

Jij móet als eerste de deur uit en gebruik ook alleen zélf de voordeur, de achterdeur is voor de hond. Altijd, altijd, altijd eerst zelf iets eten, voor je hond iets te eten krijgt. En boven alles, nooit, maar dan ook nooit naar je hond toegaan.

Was het maar zo simpel. Zo simpel dat het leven goed was als je dit soort ‘regels’ aanhield. Maar helaas. Het leven is niet eenvoudig en honden zijn niet zulke gekke wezens dat ze hun relatie met jou laten bepalen door welke deur je kiest, of je ze wel of niet nadert en of jij ook hondenbrokken lust.

En we kunnen ook onze oren en staart niet naar voren of naar achteren doen. Mij is dat in elk geval nog nooit gelukt.

Samenleven vraagt en geeft meer dan dat

Zien onze honden ons als soortgenoot? Bouwen ze met ons een zelfde soort relatie op als met andere honden? Ik weet het niet. Erger nog: wé weten het niet. Niet alleen omdat we het ze niet kunnen vragen, maar vooral omdat er bitter weinig onderzoek is gedaan naar hoe hond en mens een relatie bouwen. Onderzoek naar relatievorming en type relaties tussen honden onderling is gedaan. Daarover is veel discussie, maar er zijn – over honden onderling – in elk geval wetenschappelijke studies om onze praktijkervaringen te staven.

Gek genoeg zijn dergelijke studies niet gedaan naar de relatievorming en relatietypen tussen mens en hond. Hoe dat komt? Het lijkt me dat juist de relatie tussen mens en hond fascinerend genoeg is, alleen al vanwege de enorm lange historie en de verschillende vormen die die relatie aanneemt. Honden hebben (in het grootste deel van de wereld) een los-vast verhouding met mensen. Die LAT-relatie komt vooral in niet-Westerse culturen als favoriet naar voren. In de Westerse wereld zien we vaker huwelijken (al dan niet gelukkig). En dan zijn er nog allerlei interessante werkrelaties te bespeuren. Is er binnen die relaties sprake van een dominante en niet dominante partner?

Dominantie bekender dan welzijn

Juist dat lijkt me nou een hele interessante vraag voor de wetenschap. Hoe zien honden ons, hoe gaan ze een relatie aan? Is het bepalend dat we onze houding niet kunnen veranderen zoals zij dat in communicatie naar elkaar doen? Welke andere communicatieve signalen zijn er? Wat is er bepalend in het gedrag naar elkaar toe? Hoe kun  je een verstoorde relatie in de juiste balans brengen?

De meesten van ons denken vanuit de praktijk al precies de antwoorden op deze vragen te weten. Maar wetenschap en praktijk horen elkaar niet voor niets aan te vullen. En lets face it, er wordt ook behoorlijk wat onzin uitgekraamd. Waarom zou ik bijvoorbeeld nooit mijn hond mogen naderen?

Juist de afgelopen jaren ontstaat daarnaast een steeds duidelijker kloof tussen de dominantie-believers en dominantie-dissers. We denken allemaal precies te weten wat ‘dominantie’ is. Zelfs aan een journalist heb ik dat woord nooit hoeven uitleggen. Terwijl ik wel een aantal keren de vraag heb gekregen wat ‘welzijn’ is. Ondertussen, als je tien mensen vraagt wat ‘dominantie’ is, krijg je tien verschillende antwoorden…

Als je het mij vraagt is het hoog tijd voor meer vragen en minder stellige stellingen. Tijd voor onderzoek naar wat de relatie tussen mens en hond definieert en bepaalt… belangrijke vragen boven dominante vragen.

En houd je in de tussentijd leefregels aan met je hond? Stel je grenzen? Natuurlijk! Samenleven vraagt om duidelijkheid en duidelijkheid staat of valt met afspraken. Maar kies afspraken die voor jou en je hond logisch zijn en die de omgeving helpen om van je hond te genieten en er niet door gehinderd te worden.

Column met dank aan Chantal Kapteijn www.ondeugendeviervoeters.nl.

Terug naar nieuwsoverzicht