Gewenste intimiteiten? – onderzoek onder de loep

26 juni 2015

We bekijken onderzoek over de voorkeur van honden voor aaien boven stembeloning. Het artikel hierover “Shut up and pet me!” staat in het tijdschrift “Behavioural Processes” en is uitgevoerd door Feuerbacher en Wynne (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25173617).

Aai-me-toch?

Zo’n onderzoek vangt uiteraard meteen onze aandacht. De Koninklijke Hondenbescherming lanceerde immers met goede redenen de “Aai-me-niet”-campagne, eerder dit jaar (https://hondenbescherming.nl/aai-mij-niet-register/). Met die campagne wil de organisatie honden beschermen tegen ongewenst knuffelen en aaien. De campagne voorziet in een behoefte: het register telt al snel meer dan duizend ingeschreven honden. Blijken de hondenbezitters die hun hond hebben ingeschreven er nu naast te zitten? Zijn de resultaten uit dit onderzoek in tegenspraak met de campagne? Snel duiken we de details in.

Honden zijn divers, de onderzochte honden niet

En dan blijkt snel dat goed onderzoek doen lastig is. Bij dit onderzoek zijn drie keer veertien honden betrokken. Als hondenliefhebbers weten we allemaal hoe divers honden zijn:  in hun karakter, hun eigenschappen, hun voorkeuren en hun historie. Veertien honden per groepje is dan wel heel miniem om iets over alle honden te gaan zeggen. Maar het wordt nog erger. De honden zijn namelijk geselecteerd. Veertien honden komen uit het asiel. Twee maal veertien honden hebben een baasje. De veertien asielhonden zijn geselecteerd op basis van gedrag dat ze in hun kennel naar een vreemde (de onderzoeker) tonen: ze naderen de kennel voorzijde, laten zich aanlijnen en lopen vrijwillig mee. Tsja, met zo’n selectie heb je al gauw honden geselecteerd die contact met vreemden geen probleem vinden. De angsthazen die minder gesteld zijn op contact met een vreemde, zullen namelijk óf aan de achterzijde van de kennel zijn, óf zich niet makkelijk laten aanlijnen óf niet zo maar meelopen de kennel uit.

Deze selectie zal de uitkomst van het onderzoek zeker beïnvloeden. Immers honden die van contact houden, zullen ook eerder voor contact kiezen. Gelukkig zijn er de twee maal veertien honden met een baasje nog! Spijtig genoeg zijn die echter geworven bij een hondendagopvang. Bij een gemiddelde hondendagopvang in de Verenigde Staten vinden we nu juist niet die honden die minder op hebben met contact met vreemden… De onderzochte honden zijn dus niet echt een goede weergave van de gemiddelde hond.

Nieuwe onderzoeksvragen zoeken enthousiaste onderzoekers

Is het onderzoek dan nutteloos? Nee, want het roept (in elk geval bij mij en hopelijk ook bij onderzoekers) interessante vragen op. Zoals:

-          Voor deze honden is stembeloning minder interessant dan aanraken op een masserende manier. Dat zegt niet alleen iets over de interesse van deze honden in deze vorm van aanraking. Het zegt ook iets over die stembeloning. Wat is de waarde van stembeloning voor honden en welke voorwaarden zijn er om het waardevol te maken? Is er een verschil in de waarde wanneer een stembeloning goed aan de hond is aangeleerd en wanneer dat niet zo is? Is er een verschil voor de hond als stembeloning voor hem duidelijk onderscheidend is van voor hem nutteloos gekwebbel? Dat zijn leuke onderzoeksvragen!

-          Bij deze honden wordt aaien vormgegeven op een soort masserende manier. De aaiende hand beweegt heen en weer zodanig dat door de vingertoppen de vacht omhoog gaat en de huid over de onderliggende spierlaag beweegt. Daarnaast zijn de honden vrij om deze vorm van aaien te naderen of er van weg te gaan. Tot slot kunnen ze bepalen, door hun positie te veranderen, waar ze “gemasseerd” worden. Meestal is dit de nek/schouder regio, maar soms ook de achterhand of de buik. Interessante onderzoeksvragen die hieruit voortkomen: welke setting en welke vorm van aaien is voor een gemiddelde hond het plezierigst?

-          Bij dit onderzoek zijn de honden in een ruimte waar niet zo veel te beleven is, anders dan de aanwezigheid van de onderzoekers. Er ligt geen druk op de honden, er wordt niet met hen getraind of iets van ze gevraagd. Waarom niet eens onderzoeken of en zo ja wanneer aaien (masseren) belonend is voor de hond? Is het enkel belonend in situaties van ontspanning of relaxen of ook bij een inspannende activiteit (training) en is hierin verschil tussen honden?

 In onze optiek zijn dit interessantere vragen dan de uitkomst van het onderzoek zelf. Gezien de beperkingen van de onderzoeksopzet. Nu maar hopen dat er een onderzoeker mee aan de slag gaat. 

Terug naar nieuwsoverzicht