Goede voeding voor de hond

19 juni 2015

Voor honden is goede voeding net zo belangrijk als voor mensen. Door goed te eten, blijf je gezond en voel je je goed.

Wat is goede voeding? Goede voeding is die voeding die je voldoende biedt van alle voedingsstoffen die je nodig hebt, zonder dat er een teveel is aan bepaalde stoffen en zonder dat je er schadelijke stoffen mee binnenkrijgt.  Laten we die drie elementen: voedingsstoffen die je nodig hebt, niet teveel en zonder schadelijke stoffen eerst eens bespreken.

Voedingsstoffen die je nodig hebt

Om een hondenlijf goed te laten werken, heeft het bepaalde voedingsstoffen nodig. Die stoffen worden gebruikt om te groeien, om het lijf aan de praat te houden en om schade te herstellen. Voedingsstoffen zijn er in twee groepen: voedingsstoffen waar relatief veel van nodig is, namelijk water, vet, koolhydraten, eiwit en waar relatief weinig van nodig is: vitamines en mineralen.

Hoeveel van deze voedingsstoffen een hond nodig heeft, hangt af van zijn ‘toestand’. Zo heeft een hond die in de groei is, veel beweegt, of drachtig is andere behoeften aan voedingsstoffen dan een hond die stabiel leeft.

Te weinig is niet goed, maar te veel ook niet

Met sommige voedingsstoffen komt het niet zo nauw hoeveel je er van binnenkrijgt. Water bijvoorbeeld, daar kan een hond best wat van binnenkrijgen. Wat hij te veel binnenkrijgt, plast hij weer uit. Uiteindelijk echter, kan elke voedingsstof te veel worden, ook water. (En bij grote hoeveelheden ineens, is er kans op maagkanteling, voorzichtig daarmee dus!)

Meestal gaat het om andere stoffen, bijvoorbeeld om vitamines of mineralen waarvan een hond te veel van binnenkrijgt. Zijn lijf kan dat te veel op een bepaald moment niet goed meer kwijt en dan ontstaat er een vergiftiging. Dat is ook de reden waarom je niet zo maar vitamine/ mineralenpreparaten aan je hond moet geven. Bij vitamines en mineralen is niet alleen de hoeveelheid, maar ook de verhouding ertussen belangrijk. Balans is een sleutelwoord!

Een te veel aan energierijke voedingsstoffen geeft ook problemen. Dat is echt een probleem van deze tijd. Een hond wordt dan te dik. Dat is slecht omdat het de spieren, gewrichten en eigenlijk het hele lijf belast, omdat het risico geeft op bepaalde ziektes en aandoeningen en omdat de hond zich gewoon minder fit en lekker voelt.

Schadelijke stoffen

Bij schadelijke stoffen denken we meestal aan ‘kunstmatig’. Schadelijke stoffen kunnen tijdens het maken van eten per ongeluk erin terecht komen. Zo kan een machine die gebruikt wordt, gereinigd zijn met een schoonmaakmiddel dat is achtergebleven in de machine. Wanneer vervolgens het eten gemaakt wordt, kan dit middel onbedoeld in het eten terecht komen.

Om eten een bepaald uiterlijk te geven, worden ook stoffen gebruikt. Dit kunnen natuurlijke of kunstmatige stoffen zijn. Bij hondenvoer is de aanblik (met name voor de hondenbezitter die het koopt, de hond zelf zal hier weinig waarde aan hechten) en de geur (wel erg belangrijk voor de hond!) bijvoorbeeld belangrijk. Het gebruik van ‘geur-, kleur- en smaakstoffen’ is in Europa aan bepaalde regels gebonden. Stoffen die aan eten worden toegevoegd moeten getest zijn op schadelijkheid, bijvoorbeeld kankerverwekkendheid. Lastig is hierbij dat sommige dieren wel reageren op toevoegingen waarop de meeste mensen en dieren niet reageren. We spreken dan over een voedselintolerantie, een (over)gevoeligheid voor een bepaalde stof.

Ook natuurlijke stoffen kunnen schadelijk zijn. Zo zit er in chocoladebonen het stofje theobromine. Voor honden is dit een schadelijke stof. Onder andere daarom moet je voorkomen dat je hond chocolade eet. Andere voor ons normale voedingswaren die voor de hond gevaarlijk kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld druiven en rozijnen.

Een andere bron van natuurlijke gevaarlijke stoffen worden veroorzaakt door schimmels en bacteriën. Wanneer deze in het eten terecht komen kunnen ze (of de stoffen die ze uitscheiden) een dier ziek maken.

Goede voeding is dus niet ‘zo maar iets’

Het is dus helemaal niet makkelijk om goede voeding te realiseren. Zowel mensen als honden gaan bij het verzamelen van eten af op wat beschikbaar is en wat hun zintuigen en ervaringen over dat eten zeggen. Lekker eten heeft uiteraard onze voorkeur en wat lekker is, wisselt per diersoort omdat we op andere dingen reageren en andere (voedings)behoeften hebben.

Voor een hond is het belangrijk dat hij genoeg (niet te veel, niet te weinig) van alle voedingsstoffen binnenkrijgt die hij nodig heeft. Daarnaast moet hij met het eten voldoen aan bepaalde behoeften (kauwen, knagen en bezig zijn bijvoorbeeld). En moet het eten zijn tanden niet te veel beschadigen.

Verschillende manieren van voeden

Onze moderne huishond kunnen we op een aantal manieren voeren. We kunnen blikvoer geven of diner (brokken met gedroogde granen en groenten dat met water wordt klaargemaakt), brokken (koud of warm geperst, geëxpanseerd), of vers vlees (kant en klaar, of bestaand uit ‘echte karkassen, botten, vlees’). Dat is een flinke hoeveelheid aan mogelijkheden. Er bestaan dan ook veel theorieën en methoden om je hond te voeren en daarover is veel gezegd en bediscussieerd. Helaas is de hoeveelheid goed wetenschappelijk onderzoek dat onafhankelijk is uitgevoerd (dus niet door een fabrikant) aanzienlijk kleiner. Niet makkelijk dus om te bepalen wat nu goed is! We bespreken hier een paar voor- en nadelen van diverse voedingen.

De voedingen op een rij

Hoewel het ene voer het andere niet is en ingrediënten en productieprocessen van merk tot merk veel kunnen verschillen, proberen we in onderstaande tabel toch een overzicht te geven van de verschillen tussen diverse voersoorten.  De tabel houdt geen rekening met duurzaamheid of dierenwelzijn.

Voordelen

Nadelen

Blikvoer

Onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst.

Wordt door veel honden smakelijk gevonden.

Vaak relatief duur en relatief veel verpakking.

Minder schoonschuren van tanden.

Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd.

Diner

Onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst.

Wordt door veel honden redelijk smakelijk gevonden.

Is vaak relatief goedkoop.

De gedroogde granen en groenten worden niet door alle honden goed verteerd.

Het moet eerst weken voordat het gegeven kan worden.

Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd.

Brokken – koud geperst

(Bij deze brokken is zetmeel soms voorbehandeld, waardoor het redelijk goed te verteren is voor de meeste honden.)

Onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst.

Meer behoud vitamines door lagere temperaturen.

Makkelijk om te geven.

Goed houdbaar.

Smakelijkheid verschilt.

Is vaak ‘hap slik weg’.

Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd.

Brokken – warm geperst/geëxpanseerd

Onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst.

Verhitting gaat bacteriën/ schimmels en sommige natuurlijke schadelijke stoffen tegen. Het maakt zetmeel beter verteerbaar.

Makkelijk om te geven.

Goed houdbaar.

Door proces soms minder vitaminen en minder goede kwaliteit vetten.

Smakelijkheid verschilt.

Is vaak ‘hap slik weg’.

Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd.

Vers vlees – zelf klaargemaakt

Hond is er langer mee bezig dan ‘hap slik weg’.

Gebruik gebit en kauwspieren groter.

Zelf maken kan leuk gevonden worden door de eigenaar (zorgen voor de hond).

Minder kans op per ongeluk toegevoegde schadelijke stoffen.

Natuurlijk, geen additieven.

Goed uitbalanceren vraagt kennis en inzet.

Samenstelling dierlijke producten niet altijd voldoende bekend voor samenstellen goede voeding.

Hoger risico op besmetting met bijvoorbeeld schadelijke bacteriën voor mensen nabij dier.

Vers vlees – kant en klaar

Onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst.

Minder kans op per ongeluk toegevoegde schadelijke stoffen.

Natuurlijk, geen additieven.

Is wat meer ‘gedoe’ in klaarmaken dan sommige andere voeders ivm ontdooien.

Kijk goed naar de hond

Het is dus niet makkelijk om het goed te doen voor je hond. Als je een bepaalde voeding aan je hond geeft, kijk dan eerlijk en goed naar  hoe de hond het op die voeding doet. Is hij fit en gezond, heeft hij energie om dingen te ondernemen? Drinkt hij niet te veel? Is zijn vacht goed, zijn zijn tanden schoon en sterk? Is zijn plas en ontlasting goed? Eet hij met smaak zijn eten op? Is hij niet te dik of dun (aan het worden)? Helaas zegt dit niet alles, maar het zegt wel iets. Luister objectief maar met een kritisch oor naar wat deskundigen over ontwikkelingen en voer zeggen, maar bedenk dat zij belangen kunnen hebben die een objectief oordeel in de weg kunnen staan.

Meer lezen over honden?

Download het gratis Handboek Herplaatsingshonden voor iPad of Android tablet: http://handboek.hondenbescherming.nl.

Terug naar nieuwsoverzicht