Ouders eerst – onderzoek onder de loep

16 mei 2015

Kinderen eerst! Je hoort het vaak. Bij voorlichting over omgang met honden, lijken we echter te kunnen zeggen “Ouders eerst!” of toch ten minste: “Ouders ook!” Hoe zit dat?

De blauwe hond

We bekijken onderzoek naar het gedrag van ouders met betrekking tot hun kinderen wanneer deze zich in de nabijheid van een onbekende hond bevinden. Het artikel dat bij dit onderzoek hoort is gepubliceerd in het tijdschrift “Accident analysis and prevention”, editie 54 uit 2013: 

http://scholar.google.nl/scholar_url?url=http://www.researchgate.net/profile/Julia_Stewart3/publication/236054385_Examining_parents%27_behaviors_and_supervision_of_their_children_in_the_presence_of_an_unfamiliar_dog_Does_The_Blue_Dog_intervention_improve_parent_practices/links/0deec5287c029e1d2d000000.pdf&hl=nl&sa=X&scisig=AAGBfm0BJx-6CgbrdZuD8fJIcKhd5BoPtA&nossl=1&oi=scholarr&ei=KTo-VdO5JJHqasbbgcgP&ved=0CB8QgAMoADAA

Doel van het onderzoek is te bekijken of gedrag van ouders (positief) verandert door inzet van de educatieve tool “De blauwe hond”. Helaas is de onderzochte groep klein:  55 mensen, verdeeld over een onderzoeksgroep en een controle groep. Een kleine onderzoeksgroep maakt het lastiger om betrouwbare uitspraken te doen. Toch geeft het onderzoek interessante indicaties, die het belichten waard zijn:

1. Allereerst lijkt het er op dat kinderen in eerste instantie voorzichtiger zijn bij het zien van een onbekende hond, dan hun ouders.

2. Daarnaast lijkt het er op dat ouders betrekken bij voorlichting van kinderen niet voldoende is. Beter is het om voorlichting (ook) speciaal op hen te richten. Daarbij kan worden ingegaan op ervaringen en de belevingswereld van de ouders. Waardoor de kans groter wordt dat hun gedrag effectief beïnvloed wordt.

1. Kinderen lijken voorzichtiger dan hun ouders

De kinderen in het onderzoek blijken in eerste instantie meer voorzichtig dan risicovol gedrag richting de honden te tonen (wat niet wil zeggen dat er geen risicovol gedrag getoond wordt). Ouders echter, reageren over het geheel genomen vaker risicovol dan beschermend. Precies verkeerd om dus!

 Zij naderen een onbekende hond of moedigen hun kind aan dit te doen. Elk kind in het onderzoek heeft uiteindelijk een interactie met een onbekende hond die in de onderzoeksruimte aanwezig is. Hoewel de eigenaar van de hond in de ruimte aanwezig is, is dit niet bekend gemaakt aan de ouders.

Ouders lijken zich dus onvoldoende bewust van het belang een onbekende hond met rust te laten, zeker zonder aanwezigheid en toestemming van diens eigenaar.

2. Enkel betrekken van ouders is niet genoeg

De onderzoeksgroep krijgt de educatieve tool, “de blauwe hond” mee. Deze tool is gericht op het voorkomen van bijtincidenten met kinderen. Als doelgroep heeft het zowel het (jonge) kind als diens ouder of verzorger. Ouders moeten hun kind heen helpen door diverse scenario’s op een DVD. Voor ouders is er daarnaast een instructieboekje dat hen richtlijnen geeft voor goede omgang met de hond en supervisie op kind en hond. De voorlichting aan de ouders is echter niet speciaal op hen gericht, maar komt mee met de voorlichting aan hun kinderen. Waardoor bijvoorbeeld hun beleving en ervaring met honden onvoldoende wordt meegenomen bij het beïnvloeden van hun gedrag.

Hoewel er zeker positief nieuws te melden is, na het gebruik van de tool, blijken ouders niet vaker in de nabijheid van het kind te zijn als er een interactie met de hond is. Terwijl juist dat erg belangrijk is om goede begeleiding aan kind en hond te kunnen geven.

Kinderen én ouders betrekken bij voorlichting

Hoewel het onderzoek slechts aan een beperkte onderzoeksgroep is gedaan, geeft het wel een indicatie van het belang om ouders  niet enkel te betrekken bij voorlichting aan hun kinderen. Het lijkt ook wenselijk om voorlichting speciaal op hen te richten.

Wellicht dat ouders vanuit goede ervaringen met een eigen of bekende hond onvoldoende beseffen dat elke hond anders kan reageren. Daardoor is er onvoldoende besef dat een onbekende hond met rust gelaten moet worden. Zeker als zijn eigenaar niet aanwezig is en toestemming heeft gegeven.

Door voorlichting op de ouders zelf te richten, kan aandacht worden besteed aan hun ervaringen en houding. Daardoor zal de kans stijgen op een positief effect in hun gedrag.

Dat lijkt extra belangrijk. Juist het goede, veilige gedrag van het kind, kan dan door de ouders worden aangemoedigd. Die eerste terughoudendheid van het kind bij het zien van een onbekende hond dus. Waar nu ouders te veel het kind over die terughoudendheid heen helpen en een onbekende hond laten naderen en/of aaien.  Ouders eerst of minimaal “ook” dus, als het om voorlichting en educatie over honden gaat!

Terug naar nieuwsoverzicht