Inbeslagname of inbewaringname van een mishandeld dier?

16 maart 2015

Getuige de berichtgeving in de media over verwaarlozing en mishandeling en de meldingen die wij hierover ontvangen, blijkt dat veel dierenbezitters onvoldoende in staat zijn om verantwoord met hun dier om te gaan. In dit soort situaties komt het regelmatig voor dat de verwaarloosde en/of mishandelde dieren door de inspecteurs uit hun benarde situatie worden gehaald door ze mee te nemen. De termen die hier vaak voor worden gebruikt zijn dat de dieren dan ‘in beslag’ of ‘in bewaring’ worden genomen. Op het eerste gezicht lijkt daar niet zo heel veel verschil in te zitten, maar dat is juridisch gezien niet waar. Of er kan worden gesproken van een ‘inbeslagname’ of ‘inbewaringname’ hangt af van de aanpak van een dergelijke nare kwestie - is er gekozen voor een strafrechtelijke of een bestuursrechtelijke afdoening?

Strafrecht

De strafrechtelijke vervolging is in handen van het Openbaar Ministerie (OM). Een inbeslagname kan alleen door de Officier van Justitie (OvJ) via het strafrecht worden opgelegd. Een dier wordt dan door de (dieren)politie meegenomen. Vervolgens wordt door de OvJ een straf geëist, meestal in de vorm van een boete. Soms kan het dier weer terug naar de eigenaar, bijvoorbeeld als de inbeslagname onterecht was of als er onvoldoende bewijs is gevonden. Kan het dier niet terug dan wordt het verkocht of herplaatst. De strafrechtelijke handhaving is echt gericht op de dader, die mogelijk wordt bestraft met een boete of gevangenisstraf.

Bestuursrecht

De bestuursrechtelijke handhaving daarentegen is veel meer gericht op herstel van een leefbare situatie voor het dier. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is belast met de bestuursrechtelijke handhaving. De inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) zijn belast met de bestuursrechtelijke handhaving. Zij zijn dus bevoegd om dieren in bewaring te nemen als een situatie daarom vraagt. Alvorens het zo ver is, proberen de inspecteurs eerst de situatie voor het dier te verbeteren. De eigenaar krijgt dan de tijd om de leefsituatie voor het dier te verbeteren. Indien na de door de inspecteur gegeven herstelperiode de leefsituatie niet is verbeterd, kan het dier in bewaring worden genomen. Het dier wordt dan naar een opvangadres gebracht. In tegenstelling tot bij de strafrechtelijke aanpak, komen de kosten bij de bestuursrechtelijke handhaving voor rekening van de eigenaar. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor opvang, transport, dierenarts en eventuele benodigde medicatie voor het dier. Dit kan voor de eigenaar in kwestie dus aardig in de papieren lopen. 

Voorkeur voor bestuursrecht

Vanuit oogpunt van bescherming van het dier geniet de bestuursrechtelijke handhaving de voorkeur, omdat in dat traject wordt gekeken of herstel of verbetering van de situatie mogelijk is. De inspecteurs sporen de eigenaar aan om actie te ondernemen om bijvoorbeeld de huisvesting van het dier te verbeteren of om met het dier naar de dierenarts te gaan. Terwijl een strafrechtelijke aanpak echt gericht is op de dader, waarbij de situatie voor het dier niet per se verbeterd en de kosten voor rekening komen van de overheid.   

Terug naar nieuwsoverzicht