Reactie staatssecretaris op het rapport ‘Verantwoord Honden Houden’

25 november 2014

Staatssecretaris Dijksma heeft in een brief aan de Tweede Kamer gereageerd op het rapport van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) getiteld ‘Verantwoord Honden Houden’. In dit rapport worden aanbevelingen gedaan op onder meer voorlichting en wetgeving ‘ter bevordering van goed houderschap’, waarin agressief gedrag van de hond zoveel mogelijk wordt getracht te voorkomen.

Op het voorstel van de RDA om te onderzoeken of aan het houden van honden voorwaarden zouden moeten worden verbonden, geeft de staatssecretaris aan dat aan het houden van honden al voorwaarden zijn verbonden. Deze voorwaarden staan in het Besluit houders van dieren, dat op 1 juli 2014 van kracht is geworden. De voorwaarden betreffen algemene normen op het terrein van huisvesting en verzorging.

Fokbeleid moet agressie tegengaan

De RDA stelt dat het fokbeleid erop moet zijn gericht om eventueel erfelijke aanleg op agressie moet worden voorkomen. De staatssecretaris wijst in dit verband op het wetsartikel over fokkerij in het Besluit houders van dieren, waarin staat dat bij het fokken van honden zoveel mogelijk wordt voorkomen dat ernstige gedragsafwijkingen worden doorgegeven aan de nakomelingen.

De aanbeveling van de RDA om afgekeurde politiehonden niet in handen van particulieren te laten vallen, wijst ze van de hand. De staatssecretaris stelt dat de plaatsbaarheid onder andere afhankelijk is van de (nieuwe) eigenaar en de hond.

Het voorstel voor een landelijke databank voor bijtincidenten wil de staatssecretaris verder gaan onderzoeken.

Verder geeft de staatssecretaris aan dat ze voor honden die op grond van mishandeling en/of verwaarlozing in beslag zijn genomen graag een gedragstest (assessment) wil laten ontwikkelen. Dit assessment moet een bijdrage leveren aan de training van de hond en meer duidelijkheid geven over in welke leefomstandigheden de geteste hond kan worden geplaatst. Dit assessment kan dan eventueel in aanvulling op de agressietest worden gebruikt, waardoor een accurater beeld van de vermeende agressieve hond ontstaat.

De staatssecretaris neemt geen bepaling in de Wet dieren op die een wettelijke basis zou geven voor gemeenten om in het kader van bijtincidenten op te treden. In haar optiek hebben gemeenten op grond van onder meer de Gemeentewet en de Algemeen Plaatselijke Verordening voldoende mogelijkheden om doeltreffend te kunnen handelen bij bijtincidenten. Zo kan een gemeente een gevaarlijke hond aan banden leggen door een aanlijn- en muilkorfgebod.

Wel is de staatssecretaris voornemens om de aanbeveling om het ophitsen van honden tegen andere dieren als misdrijf strafbaar te stellen, over te nemen. Eenmaal als misdrijf gekwalificeerd kunnen bijtende honden in beslag worden genomen, ook wanneer er geen sprake is van ontdekking op heterdaad. 

Dierenhoudverbod als zelfstandige maatregel

Tot slot onderstreept de staatssecretaris het belang van een dierenhoudverbod als zelfstandige straf of maatregel. De Koninklijke Hondenbescherming is blij dat de staatssecretaris het belang hiervan onderkent. Op dit moment kan een rechter een dierenhoudverbod voor de maximale duur van 10 jaar opleggen en alleen als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke veroordeling. Het probleem bij het houdverbod als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf, is dat de voorwaarde komt te vervallen bij de tenuitvoerlegging van de hoofdstraf. Bijvoorbeeld: een dierenbeul krijgt 2 jaar gevangenisstraf waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De dierenbeul zit 1 jaar uit en komt dan voorwaardelijk vrij. Gedurende de proeftijd van 3 jaar mag hij geen dieren houden (bijzondere voorwaarde). Hij doet het toch met alle ellende van dien voor de dieren die weer worden mishandeld en verwaarloosd. Vervolgens wordt het tweede jaar van de gevangenisstraf alsnog ten uitvoer gelegd. Hij gaat de gevangenis in en ondergaat de hoofdstraf. Dit heeft tot gevolg dat de bijzondere voorwaarde van destijds komt te vervallen met als gevolg dat de dierenbeul na het uitzitten van het tweede jaar van de gevangenisstaf gewoon weer dieren kan gaan houden. Dit zou niet mogen kunnen, vandaar dat wij hopen dat een dierenhoudverbod als zelfstandige straf wordt ingevoerd.

klik hier voor een pdf van de volledige brief (74,3 KB)

Terug naar nieuwsoverzicht