Adoptiecontract opzij gezet door consumentenrecht

27 oktober 2014

In september van dit jaar deed Mr. Frank Visser uitspraak in een zaak tussen een koper/’adoptant’ van een buitenlandse hond en een stichting die honden uit het buitenland in Nederland ter adoptie aanbiedt. De koper vorderde dat de stichting de hond weer aan hem zou teruggegeven. Wat was er gebeurd?

Het verhaal in de Rijdende rechter

De koper had de hond geadopteerd van de stichting. Bijna een jaar na aankoop blijkt de hond aan een ernstige vorm van heupdysplasie met artrose te lijden. De enige optie is een kostbare operatie. De koper kan het bedrag niet ophoesten en overweegt om de hond te laten euthanaseren. De stichting die hiervan op de hoogte wordt gesteld, wil dit voorkomen en biedt aan om de helft te betalen. Maar ook met deze bijdrage zijn de operatiekosten voor de koper te hoog.

De stichting haalt de hond op en laat de hond op hun kosten opereren. Na de operatie wordt de hond in een opvanggezin geplaatst en weigert de stichting de hond terug te geven aan de koper. De stichting vindt dat de hond daar niet goed zit, temeer daar de koper inmiddels een jonge speelse hond heeft, die wellicht niet overweg kan met de ‘adoptiehond’.

De koper stapt daarop boos naar de ‘Rijdende Rechter’ om de hond terug te krijgen. Mr. Frank Visser gaat zelf ter plekke kijken of de honden met elkaar overweg kunnen. Hij laat zich daarin bijstaan door hondenkenner Martin Gaus. Alhoewel het niet gelijk koek en ei is tussen de honden, is de situatie niet zodanig alarmerend dat de hond niet terug zou kunnen. Maar niet alleen op grond van deze ‘descente’ komt de Rijdende Rechter tot de conclusie dat de hond terug zou kunnen/moeten.

Adoptieovereenkomst is koopovereenkomst

De Rijdende Rechter stelt dat de ‘adoptieovereenkomst’ moet worden gezien als een koopovereenkomst. En omdat de stichting in deze kwestie kan worden gezien als een verkoper die handelt in de uitoefening van een bedrijf is er zelfs sprake van een ‘consumentenkoop’. Dit is een belangrijke gevolgtrekking omdat daarmee veel regels van dwingend recht automatisch van toepassing zijn op de koop. En vanwege het ‘dwingende karakter’ kunnen deze regels door de gehanteerde contractvoorwaarden van de stichting niet opzij worden gezet. De contractsbepaling dat de stichting de hond tegen terugbetaling van het adoptiebedrag kon terughalen houdt daarom geen stand. Sterker nog, de koper kon op grond van het consumentenrecht zelfs eisen dat de stichting de hond op haar kosten zou laten opereren. Zodoende is de hond altijd eigendom gebleven van de koper en moet daarom ook terug worden gegeven.

Uit deze zaak blijkt dat de gehanteerde contractvoorwaarden tussen partijen niet altijd leidend hoeven te zijn, maar dat op een overeenkomst ook regels van dwingend recht van toepassing kunnen zijn. In bovenstaande kwestie dus die van het consumentenrecht dat een grote bescherming biedt aan consumenten.

Terug naar nieuwsoverzicht