Hoe erg is erfelijk hondenleed?

30 april 2013

De laatste jaren is er veel te doen over honden en hun gezondheid. Die aandacht is terecht. Onze huidige huishond is namelijk lang niet zo gezond als hij zou kunnen zijn. En dat veroorzaakt veel hondenleed.

De problemen

De meeste honden hadden vroeger een bepaalde taak. Op die taak werden ze geselecteerd. Gezonde honden deden hun werk beter dan ongezonde honden. Daardoor werd juist met die honden meer gefokt. Tot mensen meer en meer de hond op het uiterlijk gingen kiezen. Men vergat het karakter en de gezondheid en wilde nu vooral een ‘mooie hond’.

Dat kiezen op ‘mooi’ heeft er voor gezorgd dat er nu bij veel honden erfelijke problemen zijn. De problemen zijn te verdelen in twee categorieën: die van schadelijke raskenmerken en erfelijke aandoeningen.

Schadelijke raskenmerken

Schadelijke raskenmerken zijn uiterlijke kenmerken die wij als mensen aan een hondenras hebben gegeven, maar die voor de hond schadelijk zijn. Denk aan een korte, gedrongen neus waar de hond slecht door kan ademhalen. Rennen, warm weer, spel, het maakt de hond ‘hondsbenauwd’. Of denk aan een huid met veel plooien. De plooien maken dat er te weinig lucht bij de huid komt. Bacteriën en schimmels vinden dit vaak een heerlijke omgeving. Resultaat voor de hond: jeuk en irritatie. Andere voorbeelden zijn extreem korte poten of een heel klein kopje. Dit kan voor de hond lijden tot veel pijn.

Een hond zou niet mogen lijden, omdat wij als mens iets ‘mooi’ vinden.

Erfelijke aandoeningen

Erfelijke aandoeningen zijn aandoeningen die ‘per ongeluk’ in een ras of type hond terecht zijn gekomen. Doordat ouderdieren de aandoeningen hadden, hebben hun nakomelingen deze ook gekregen. Doordat er door de jaren heen met een beperkt aantal ouderdieren is gefokt, zijn er nu veel dieren die de aandoeningen hebben.

Het is van groot belang dat bovengenoemde problemen snel worden aangepakt. Ze veroorzaken namelijk veel leed voor honden.

Wat kun je doen?

Of een hond gezond is, wordt voor een groot deel bepaald door wat hij van zijn voorouders meekrijgt. Zijn de voorouders gezond, dan is de kans groter dat een nakomeling ook gezond is. Wil je een hond aanschaffen? Kies dan voor een hond die qua bouw goed kan lopen, ademhalen, zien, etc. Vermijd rassen die extreem zijn qua uiterlijk. Extreem lange oren, extreem platte neuzen, extreem veel huid, extreem groot, extreem klein. Misschien vind je het mooi. Echter, je wilt niet dat je hond lijdt. Gun hem een gezond en ‘normaal’ lijf.

Vraag daarnaast goed na of de ouderdieren van de hond die je kiest, getest zijn op ziektes die in een ras of type hond veel voorkomen. Verdiep je hier goed in en vertrouw niet alleen op een ‘natuurlijk zijn de ouderdieren gezond!’ van de fokker van je keus. Zoek uit welke aandoeningen voorkomen bij het type hond dat je kiest. Vraag bewijs van testen op deze aandoeningen.

Kies je voor een wat oudere herplaatser, dan geef je niet alleen een dier een tweede kans. Je hebt dan ook het voordeel dat je deze bij een dierenarts kunt laten nakijken op aandoeningen.

Hond op het strand

Terug naar nieuwsoverzicht