Goede voeding voor de hond

31 mei 2012

Goede voeding voor de hond 

Voor honden is goede voeding net zo belangrijk als voor mensen. Door goed te eten, blijf je gezond en voel je je goed. Wat is goede voeding? Goede voeding is die voeding die je voldoende biedt van alle voedingsstoffen die je nodig hebt, zonder dat er een teveel is aan bepaalde stoffen en zonder dat je er schadelijke stoffen mee binnenkrijgt. Laten we die drie elementen: voedingsstoffen die je nodig hebt, niet teveel en zonder schadelijke stoffen eerst eens bespreken. 

Voedingsstoffen die je nodig hebt 

Om je lijf goed te laten werken, heb je bepaalde voedingsstoffen nodig. Die stoffen gebruik je om te groeien, om je lijf ‘aan de praat te houden’ en om schade te herstellen. Je verdeelt die stoffen in twee groepen: voedingsstoffen waar je veel van nodig hebt, namelijk water, vet, koolhydraten en eiwit en waar je weinig van nodig hebt: vitamines en mineralen. Vet, koolhydraten en eiwit leveren ook energie om je lijf draaiend te houden. Hoeveel je van deze voedingsstoffen nodig hebt, hangt af van je ‘toestand’. Zo zal een hond die in de groei is, veel beweegt, of drachtig is steeds andere ‘behoeften’ aan voedingsstoffen hebben. Te weinig is niet goed, maar te veel ook niet

Met sommige voedingsstoffen komt het niet zo nauw hoeveel je er van binnenkrijgt. Water bijvoorbeeld, daar kun je best wat van binnenkrijgen. Wat je te veel binnenkrijgt, plas je weer uit. Uiteindelijk echter, kun je van alle voedingsstoffen te veel binnenkrijgen. Ook van water! Hoewel het vaak kom andere stoffen gaat waarvan een mens of dier te veel binnenkrijgt. Zo kun je van bepaalde vitamines of mineralen te veel binnenkrijgen. Je lijf kan dat te veel op een bepaald moment niet goed meer kwijt en dan ontstaat er een vergiftiging. Dat is ook de reden waarom je niet zo maar onbeperkt vitamine/mineralenpreparaten aan je hond moet geven. Vaak is ook de balans tussen bepaalde vitamines/mineralen belangrijk. Een te veel aan energierijke voedingsstoffen geeft ook problemen. Dat is echt een probleem van deze tijd. Een hond wordt dan te dik. Dat is slecht omdat het de spieren, gewrichten en eigenlijk het hele lijf belast, omdat het risico geeft op bepaalde ziektes en aandoeningen en omdat de hond zich gewoon minder fit en lekker voelt.

Schadelijke stoffen 

Bij schadelijke stoffen denken we meestal aan ‘kunstmatig’. Schadelijke stoffen kunnen tijdens het maken van eten per ongeluk erin terecht komen. Zo kan een machine die gebruikt wordt, gereinigd zijn met een schoonmaakmiddel dat is achtergebleven in de machine. Wanneer vervolgens het eten gemaakt wordt, kan dit middel onbedoeld in het eten terecht komen. Om eten een bepaald uiterlijk te geven, worden ook stoffen gebruikt. Dit kunnen natuurlijke of kunstmatige stoffen zijn. Bij hondenvoer is de aanblik (met name voor de hondenbezitter die het koopt, de hond zelf zal hier weinig waarde aan hechten) en de geur bijvoorbeeld belangrijk. Het gebruik van ‘geur-, kleur- en smaakstoffen’ is in Europa aan bepaalde regels gebonden. Stoffen die aan eten worden toegevoegd moeten getest zijn op schadelijkheid, bijvoorbeeld kankerverwekkendheid.

Lastig is hierbij dat sommige mensen en dieren wel reageren op toevoegingen waarop de meeste mensen en dieren niet reageren. We spreken dan over een voedselintolerantie, een overgevoeligheid voor een bepaalde stof. Ook ‘natuurlijke’ stoffen kunnen schadelijk zijn. Zo zit er in chocoladebonen het stofje ‘theobromine’. Voor honden is dit een schadelijke stof. Onder andere daarom moet je voorkomen dat je hond chocolade eet. Andere voor ons ‘normale’ voedingswaren die voor de hond gevaarlijk kunnen zijn, zijn bijvoorbeeld druiven en rozijnen. Een andere bron van ‘natuurlijke’ gevaarlijke stoffen worden veroorzaakt door schimmels en bacteriën. Wanneer deze in het eten terecht komen kunnen ze stoffen uitscheiden die erg giftig zijn of levend in een dier terecht komen en het dier ziek maken. 

Goede voeding is dus niet ‘zo maar iets’ 

Het is dus helemaal niet makkelijk om goede voeding te realiseren. Zowel mensen als honden gaan bij het verzamelen van eten af op wat beschikbaar is en wat hun zintuigen en ervaringen over dat eten zeggen. Lekker eten heeft uiteraard onze voorkeur en wat lekker is, wisselt per diersoort omdat we op andere dingen reageren en andere (voedings)behoeften hebben.
Voor een hond is het belangrijk dat hij genoeg (niet te veel, niet te weinig) van alle voedingsstoffen binnenkrijgt die hij nodig heeft. Daarnaast moet hij met het eten voldoen aan bepaalde behoeften (kauwen, knagen en bezig zijn bijvoorbeeld). En moet het eten zijn tanden niet te veel beschadigen.

Onze honden van tegenwoordig kunnen we op een aantal manieren voeren. We kunnen blikvoer geven of diner (brokken met gedroogde granen en groenten dat met water wordt klaargemaakt), brokken (koud of warm geperst, geexpanseerd), of vers vlees (kant en klaar, of bestaand uit ‘echte karkassen, botten, vlees’). Dat is een flinke hoeveelheid aan mogelijkheden. Er bestaan dan ook veel theorieën en methoden om je hond te voeren en daarover is veel gezegd en bediscussieerd. Helaas is de hoeveelheid goed wetenschappelijk onderzoek dat onafhankelijk is uitgevoerd (dus niet door een fabrikant) aanzienlijk kleiner. Niet makkelijk dus om te bepalen wat nu goed is! We bespreken hier een paar voor- en nadelen van diverse voedingen.  

De voedingen op een rij

Hoewel het ene voer het andere niet is en ingrediënten en productieproces van merk tot merk veel kan verschillen, proberen we toch een overzicht te geven van de verschillen tussen diverse voersoorten. De opsomming houdt geen rekening met duurzaamheid of dierenwelzijn.  

Blikvoer

Voordelen: onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst. Wordt door veel honden smakelijk gevonden.
Nadelen: Vaak relatief duur en relatief veel verpakking. Minder schoonschuren van tanden. Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd.

Diner 

Voordelen: onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst. Wordt door veel honden redelijk smakelijk gevonden. Is vaak relatief goedkoop.
Nadelen: De gedroogde granen en groenten worden niet door alle honden goed verteerd. Het moet eerst weken voordat het gegeven kan worden. Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd. 

Brokken – koud geperst

Voordelen: onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst. Meer behoud vitamines door lagere temperaturen. Makkelijk om te geven. Goed houdbaar. Smakelijkheid verschilt.
Nadelen: Is vaak ‘hap slik weg’. Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd. Zetmeel is soms voorbehandeld waardoor het toch goed verteerbaar is.

Brokken – warm geperst/geexpanseerd

Voordelen: onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst. Verhitting gaat bacteriën/ schimmels en sommige natuurlijke schadelijke stoffen tegen. Het maakt zetmeel beter verteerbaar. Makkelijk om te geven.
Goed houdbaar.
Nadelen: Door proces soms minder vitaminen en minder goede kwaliteit vetten.  Smakelijkheid verschilt. Is vaak ‘hap slik weg’.  Om houdbaarheid/aantrekkelijkheid te bevorderen worden vaak bepaalde stoffen toegevoegd.

Vers vlees – zelf klaargemaakt

Voordelen: hond is er langer mee bezig dan ‘hap slik weg’. Gebruik gebit en kauwspieren groter.
Zelf maken kan leuk gevonden worden (zorgen voor de hond) Minder kans op per ongeluk toegevoegde schadelijke stoffen. Natuurlijk, geen additieven.
Nadelen: goed uitbalanceren vraagt kennis en inzet. Samenstelling dierlijke producten niet altijd voldoende bekend voor samenstellen goede voeding. Hoger risico op besmetting met bijvoorbeeld schadelijke bacteriën voor mensen nabij dier. 

Vers vlees – kant en klaar

Voordelen: onderworpen aan wetgeving, waardoor op bepaalde punten (hygiëne, gebruik ingrediënten) wordt getoetst. Minder kans op per ongeluk toegevoegde schadelijke stoffen.
Natuurlijk, geen additieven.
Nadelen: Is wat meer ‘gedoe’ in klaarmaken ivm ontdooien.

Kijk goed naar de hond 

Het is dus niet makkelijk om het goed te doen voor je hond. Als je een bepaalde voeding aan je hond geeft, kijk dan eerlijk en goed naar hoe de hond het op die voeding doet. Is hij fit en gezond, heeft hij energie om dingen te ondernemen. Drinkt hij niet te veel. Is zijn vacht goed, zijn zijn tanden schoon en sterk. Is zijn plas en ontlasting goed. Eet het dier met smaak zijn eten op? Is hij niet te dik of dun (aan het worden)? Helaas zegt dit niet alles, maar het zegt wel iets. Luister objectief maar met een kritisch oor naar wat deskundigen over ontwikkelingen en voer zeggen, maar bedenk dat zij belangen kunnen hebben die een objectief oordeel in de weg kunnen staan.

Terug naar nieuwsoverzicht