De hond door de jaren heen – voeding en verzorging van de pup

8 april 2012

Omdat de Hondenbescherming in 2012 honderd jaar bestaat is het thema dat ze dit jaar naar voren brengt ‘de hond door de jaren heen’.

Bij dit thema hoort informatie over de levensfasen die de hond kent. Veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat honden net als mensen verschillende levensfasen doormaken. Toch kent een hond net als wij een ‘kindertijd’ (als pup), een ‘puberteit’, volwassenheid en met wat geluk een periode als ‘bejaard’ dier.

In een serie op de website vertellen we u meer over belangrijke aspecten van gedrag, voeding & verzorging en beweging &activiteit binnen elke fase.

In dit derde artikel gaan we in op voeding en verzorging van de pup.

Voeding
Juist omdat een pup in een korte tijd heel hard groeit, is goede voeding erg belangrijk. Toch is het niet zo dat je een pup veel moet bijvoeren met bijvoorbeeld vitaminen of mineralen. Juist tijdens de groei is een goede, aangepaste voeding die in balans is van belang. Tegenwoordig zijn er diverse wijzen om je hond te voeren. Meer informatie daarover vindt u hier: Pagina 'Gezonde, blije hond'. Op welke wijze u uw pup voert is aan u. Zorg er wel voor dat de voeding is afgestemd op de leeftijd en dus de behoefte van uw pup of jonge hond. Neemt u de hond mee van zijn vorige thuis en stond de hond op ander voer dan u wilt gaan geven? Wen de hond dan langzaam aan het nieuwe voer. Een plotselinge overgang kan tot diarree leiden.

Verzorging
Bij een goede verzorging van de pup hoort voldoende rust, voldoende beweging. Meer hierover heeft u kunnen lezen in het artikel op deze website van 3 april. Vachtverzorging hoort er ook al van jongs af aan bij. Zorg dat u goed weet welke verzorging de vacht van uw hond vraagt. Een goede trimmer kan u desnoods van advies voorzien. Zie vachtverzorging in het begin vooral als oefening. Uw pup moet het leuk gaan vinden en het gewoon gaan vinden. Geduld en veel kort oefenen met een rustige hond nu, levert u plezier voor een hondenleven lang.

Bij de verzorging hoort ook het voorkomen van ziekten en parasieten. Vraag uw dierenarts u te helpen de eerste bezoeken leuk te maken voor de pup. Geef de pup tijd te ontdekken, zorg voor voldoende hondenlekkers en beloon rust.

Om ziekten te voorkomen, worden honden ingeënt. Het entschema dat in Nederland gehanteerd wordt voor pups is:
- 6 weken
- 9 weken
- 12 weken
Meestal krijgt u uw pup mee als hij tussen de zeven en acht weken is. Hij heeft dan in elk geval zijn eerste enting gehad. Overleg met uw dierenarts over het entschema dat hij hanteert. Jaarlijks volledig enten en tegen rabiës enten is niet nodig. Als uw hond mee gaat naar het buitenland is een rabiësenting echter verplicht. Vraag uw dierenarts de rabiësenting een paar weken na een eventuele andere enting te zetten. Het toedienen van een vaccin doet een nadrukkelijk beroep op het afweersysteem van een hond. Dat is ook de reden dat alleen gezonde, fitte honden ingeënt mogen worden. Vaccineren is een noodzakelijk kwaad dat niet vaker dan nodig is, moet gebeuren. Wees er op bedacht dat sommige honden gevoelig kunnen zijn voor stoffen in de enting, maar voorkom ook dat uw hond ziek kan worden omdat hij onvoldoende beschermd is.

Een hond kan tijdens de wandeling of door andere honden besmet raken met parasieten als wormen. Preventief ontwormen is niet mogelijk. Door te ontwormen gaan de wormen dood die op dat moment in een pup- of hondenlijf aanwezig zijn. Als je wil weten of je hond een wormbesmetting heeft, kun je wat ontlasting naar je dierenarts brengen om het te laten controleren. In Nederland is het gebruikelijk om pups in het nest met twee, vier, zes en acht weken te ontwormen en daarna vier maal per jaar. Wil je minder vaak ontwormen, dan kan testen op de aanwezigheid van wormen uitkomst bieden.

Terug naar nieuwsoverzicht